Het pauperparadijs. Een familiegeschiedenis. (geactualiseerde en uitgebreide editie)

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Suzanna Jansen
Uitgeverij: 
Balans, 2017
ISBN: 
9789460035180

In 1818 werden er bij het Amsterdamse weeshuis 855 wezen en 240 verlaten kinderen binnengebracht.

In Zuid-Holland stond bijna een kwart van de inwoners te boek als armlastig. Rotterdam telde achthonderd bedelaars en van de Leidenaars had de helft onderstand nodig.
Tien procent van de Nederlanders zou creperen zonder de gaarkeukens en de bedeling van basis voedsel.

In de Napoleontische tijd verdubbelden de prijzen van de noodzakelijke levensmiddelen terwijl de daglonen op dezelfde hoogte bleven.

Voor generaal-majoor Johannes van den Bosch, raadgever van de koning, was het armoedevraagstuk een uitdaging naar zijn hart.
Zijn oplossing was het vestigen van een landbouwende kolonie in Drenthe, Noord-Nederland, het Siberië van Holland. In de geest van het terug-naar-de-natuurideaal werd aan het landleven een zuiverende werking toegedicht. De frisse buitenlucht en het eerlijke handwerk kweekten een gezond en sterk mensenras, de hechtste grondslag waarop de welvaart van een volk kan gebouwd worden.
De mens was een product van zijn omstandigheden: verbeter je de omstandigheden dan verbeter je vanzelf ook de mens.

Als kind van de Verlichting en in de tijdsgeest van experimenten à la Henri de Simon, Robert Owen, en Charles Fourier bleek Veenhuizen een uniek Europees project tot in 1973! Het plan was 40.000 ‘vrije kolonisten’ te vestigen.
Alleen was er te weinig geld, en het enthousiasme van stedelingen om zich te ‘herscholen’ leek beperkt zodat vlug werd overgegaan tot gedwongen deportaties van voornamelijk landlopers en daklozen.

Menig oud-militair (met zijn gezin) verzeilde, om alle plaatsen in de gestichten gevuld te krijgen, in de gemeenschap van paupers - armelui waaronder alras een aantal die niet konden werken. Met de steun van de regering werden tienduizenden paupers ‘gefixeerd’ onder toestanden die in veel gevallen nauwelijks moeten onderdoen voor gevangenissen - begrijpe: met vrijheidsberoving, strenge discipline, tuchtstraffen tot en met opsluiting tot strafkolonie voor de kolonisten die niet wilden luisteren.

Tobias Braxhoofden, de stamvader van de schrijfster, oud- militair en gehandicapt, zou haast levenslang in de stichting verblijven. Zijn leven en het lot van de familie zijn vervlochten met de kolonie en de worsteling om uit de greep van de vierde wereld te ontkomen. Wat maar lukte vér na de Eerste Wereldoorlog en vooral na 1947, met de totstandkoming van de welvaartsstaat .

Het zakelijk betoog van de schrijfster verhindert dat het boek een sentimentele bedoening wordt. Het niet opsmukken van de feiten laat haar toe de verborgen geschiedenis tastbaar te maken: de heropvoedingsexperimenten in het Drenthse Veenhuizen, waaraan haar voorouders werden blootgesteld, mondden uit in een uniek menselijk document .
Merksplas en Mol zijn in ons land een flauwe afspiegeling, maar onze auteur haalt ook met lof de nog immer bestaande gezinsverpleging van Geel aan.

Merkwaardig dat deze bij onze Noorderburen absolute bestseller (de 60ste druk in nog geen 10 jaar tijd) haast niet tot ons is doorgedrongen, ondanks zijn universele boodschap. Volgens mij is dit een geactualiseerde versie van ‘Het gezin van Paemel’, ‘Moeder waarom leven wij’ en ‘Arm Vlaanderen’ met dien verstande dat er nooit echt te lachen valt zoals in “Parochie van miserie”! Het is eerder huilen met de pet op. Bijvoorbeeld: bij het bouwen van het gesticht werd nagelaten ‘secreten’ te voorzien, door dit gemis is men genoodzaakt alle avonden voordat de deuren gesloten worden twee tonnen of nacht privés in elke zaal te brengen welke aldaar open en bloot tot elke gerief staan, hetwelk zoals na te gaan is, in een zaal waar 80 man slaapt, niet alleen zeer benauwde lucht verwekt maar ook hoogst schadelijk voor de gezondheid is.
Beslissingen genomen in het verre Den Haag gekoppeld aan de onbekendheid van de opzichters met het landbouwbedrijf, leidden bestendig tot blunders en zorgden ervoor, samen met logge en inefficiënte structuur, dat het bijna meer loonde om niét te werken dan om je best te doen - wat in 1840 resulteerde in een broodoproer.
Onbestaande reclassering maakte dat een verblijf in de kolonie (zeker in de 21ste eeuw) vanzelf bijdroeg tot het etiket van ‘uitschot’! Dit stigma werd er als het ware ingebrand door de toen overheersende moraal dat stelde: Armoede komt van God!

De ideeën over armen waren frappant: de armen waren arm vanwege overmatig gebruik van sterke drank, losbandigheid en onvoorzichtigheid bij het aangaan van huwelijken. Of een gebrek aan spaarzaamheid of aan werklust.
Schrijnend hiervan, ter illustratie, is het levenspad van een voorvader wiens verkwistend dronken gedrag tot een gezinsbreuk leidde en dit op aanraden van de katholieke pastoor.
Als éénoudergezin was voor vele paupers de oplossing beroep te doen op de onderstand en zelfs hun kinderen onder te brengen in een stichting. In haar eigen familie zochten een aantal tieners zelfs toevlucht tot het klooster als non.

Steun was ellendig. Het zichtbare odium – de rode draad in kousen, voor de jongens dezelfde kleren, een gat in je fietsplaatje zodat iedereen kon zien dat je was vrijgesteld van fietsbelasting - bleef de rest van je leven aan je kleven. Het stempel van de schande werd zelfs in je trouwboekje geplaatst .

De controle was echter nog het ergst, en bovenal de willekeur ervan. Overal kon je een controleur treffen om op beschuldigende toon te informeren waar je dat geld vandaan had om op café te gaan of wat je daar deed als je rondhing bij de bioscoop.
Het kwam voor dat de steunwerker aan huis juist aanbelde op de dag dat één van je kinderen jarig was, en dan in de kasten snuffelde om te zien of je niet toevallig een cadeautje had gekocht - wat op verzwegen inkomsten duiden.

Onderwijs en een zelfstandige keuzerichting tilde de familie van de schrijfster uit de ‘vierde stand’ en maakte dat er meerdere universitairen in hun rangen aantraden. De kiem hiervan werd door haar oma gelegd die soms een cent opzij legde voor de katholieke bibliotheek .
Ondanks het commentaar dat dit opleverde, wilde ze dat haar kinderen boeken konden lenen!

Deze 60ste druk met nieuw materiaal over een zijtak van de familie, werd er in 2017 bijgevoegd en zou misschien in een volgende editie geïntegreerd kunnen worden.

De geschiedenis van dit boek spreekt wellicht zovele lezers aan omdat het uiteindelijk gaat over de herwonnen waardigheid, die door armoede verloren was gegaan.

 

 

Ludo Raeijmaekers