Hoe ik talent voor het leven kreeg.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
RomanRoman
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Rodaan Al Galidi
Uitgeverij: 
Uitgeverij Jurgen Maas, Amsterdam, 2017
ISBN: 
978 94 91921 414

“De asielzoeker des vaderlands”, noemt Rodaan Al Galidi zich. Met recht, want hij verbleef in Nederland zo maar eventjes 9 jaar in een asielcentrum, en alhoewel hij weet dat dit beter was dan leven in Irak en dat zijn “land hem maakte tot een asielzoeker”, is het niet eenvoudig de monotonie te moeten ondergaan van zoveel jaren met 500 mensen te moeten samenhokken in eenzelfde gebouw (“honderden mensen jarenlang in een gebouw, honderden lotgevallen kruisen elkaar”), almaar te blijven hopen op dat verlossende papiertje dat je weer een gewone mens laat zijn en dat maar niet komt. En toch proberen naar het buitenland te gaan, toch proberen (zwart) werk te vinden, almaar blijven verlangen naar een vrouw en wat “neuken”. Almaar moeten overeenkomen met het vreemde, onbegrijpelijke, almaar geconfronteerd worden met het “officiële” gedrag van de mensen die werken in het asielcentrum en die zowel warm kunnen zijn als diegenen die omspringen met de regel(tje)s die je leven bepalen. Ook moeten overeenkomen met de andere asielzoekers die evenmin heiligenbeeldjes zijn, die ruzie maken en vechten over het televisieprogramma. Andere mensen, waarvan er één generaal was in dienst van Saddam Hoessein, en die in Irak mensen aan de lopende band liet neerschieten - maar die nu in Nederland als gelijk welke andere asielzoeker behandeld wordt… En een ander die erg tevreden is van zichzelf omdat hij een kamer alleen gekregen heeft door zich voor te doen als homo. Helaas ook iemand die zelfmoord pleegt.

Over zijn leven in Irak en zijn jaren rondzwerven als vluchteling vooraleer hij in Nederland belandt, begint Al Galidi pas te schrijven op bladzijde 118 en hij vertelt er zeer weinig over. Over de oorlog en de toestand in Irak is het volgende zinnetje misschien een goede samenvatting: “Niet lang daarna begonnen de sirenes te loeien, wekenlang, maandenlang.”

Hij vlucht, geraakt in Jordanië in een schapenwagon, slaapt op een begraafplaats. Een vriend gaat er vandoor met al zijn moeizaam (gedurende drie jaar gespaard) geld, hij zwerft drie jaar door Zuid-Oost Azië, komt in Bangkok terecht…. En uiteindelijk, in 1998, landt hij in Schiphol met een vervalst Nederlands paspoort. Hij schrijft: “Wanneer je in Nederland komt, verandert er iets in je leven.”

Rodaan is veerkrachtig: een optimist, een plantrekker die meestal de betrekkelijke en humoristische kant van toestanden, mensen en dingen kan zien, wat leidt tot grappige anekdotes, korte scènes met misverstanden die ontstaan uit culturele verschillen en verkeerd – of niet begrepen - taalgebruik.

Maar in de loop van die 9 jaar in het ACT (het asielcentrum) – en duidelijk merkbaar in het boek - begint hij het er te ervaren als een isoleercel, met asielzoekers die allen acteurs zijn van een leven. Hij voelt zich “een machteloze gevangene in een open gevangenis“, de toon wordt gelaten, eentoniger, somberder, toenemend pessimistisch…  “Ik voelde dat ik geen eigen wil meer had. Alles om mij was zijn betekenis verloren”. “Misschien is het wel een begraafplaats, hier, maar dan voor levende lijken”. “Kijk hoe de Hollanders ons laten verrotten in dit gebouw zonder ons een verblijfsvergunning te geven.”

Na 9 jaar komt er plots een “generaal pardon” dat wordt uitgevaardigd voor alle asielzoekers. Rodaan Al Galidi is vrij.

In 2012 begint hij te schrijven, want iemand (die hij zijn “verloskundige“ noemt, heeft er hem met een mail toe aangezet elke maand een hoofdstuk te schrijven over zijn ervaringen in dat asielcentrum, die onbekende wereld waar hij jaren moest verblijven). Hij schrijft tot in 2015 en dat is dan dit boek geworden.

De kracht van dit boek is meteen duidelijk: Rodaan Al Galidi. is een natuurtalent en een verteller. Hij schrijft geen autobiografie, maar wil toch zijn verhaal en ervaringen vertellen - zij het dan via de persoon van een fictief personage dat hij “Semmier Kariem” noemt.

Een deel van het succes van dit boek is zeker te wijten aan de spiegel die hij de Nederlanders (en ons) voorhoudt, vanuit zijn positie van buitenstaander en vreemdeling, maar die toch de Nederlandse taal in hoge mate machtig is. Zo is het vreemd dat je in de winkels niet kan afdingen, dat een meisje van 8 “concrete afspraken” wil maken over lessen. “Een criminele Nederlander volgt meer regels dan een advocaat in Irak.” De luide stem van een medewerkster: “Ze had, in plaats van in een AZC bij de opera kunnen werken.”

Dat een Nederlander het woord “neger” kwetsend vindt, dat er overal klokken zijn die het uur aanduiden en dat, als je met Nederlanders wil communiceren, je perfect moet kunnen spreken. Want de schrijver heeft het Nederlands ontdekt, is er 9 tot 10 uur per dag mee bezig, want taal is de ziel van de aarde, van een land.

En dat is de andere kracht van dit boek: Rodaan Al Galidi kan het Nederlands bespelen: “Ik voelde kettingen en grote stenen aan de voeten van de uren gebonden.” Of: “En als de honger weet dat je niets meer hebt, bijt hij harder.” En nog: “Het is alsof de tijd stilstaat, als een moeras vol giftige insecten en opgeblazen lijken.”

Non-fictie vermomd als biografie.

Zekert het lezen waard!

 

 

V De Raeymaeker

 

Koop dit boek aan voordeeltarief op de ledenpagina.

€12 (midprice) Zie http://www.epo.be/HVV/