Voor vorst, voor vrijheid en voor recht.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Wim Coudenys
Uitgeverij: 
Polis-Pelckmans, Kalmthout, 2017
ISBN: 
97894 6310 092 2

“In Ruddervoorde was er een Russenkamp” wist grootvader Laurent Coudenys aan zijn kleinzoon te vertellen, kleinzoon die dit in voorliggend boek kan bevestigen: Er waren inderdaad ook Russen aan het Westelijk front, want de Duitsers gebruikten Russische krijgsgevangenen voor het doortrekken van het geëlektrificeerde hek tussen België en het neutrale Nederland: ze bouwden spoorwegen in de Voerstreek en de Hoge Venen. De Tsaar stuurde in 1915 40.000 soldaten tijdens het desastreuze Nivelle-offensief. In 1917 kwamen ze in opstand (“Voor wie vechten we? Voor de rijken en kapitalisten?”), werden voor de rest van de oorlog in kampen opgesloten en tienduizenden werden na de oorlog gerepatrieerd zonder rekening te houden met hun voorgeschiedenis.

Centraal in dit boek staat het verhaal van Prezjbjano, de Russische militaire vertegenwoordiger op het hoofdkwartier van het Belgisch leger achter de Ijzer. Andrej Prezjbjano wordt door het Tsaristisch regime aangesteld als diplomaat in het buitenland – en ook een beetje als spion. Als de eerste wereldoorlog gaat uitbreken, wordt hij naar België gestuurd - wat niet vanzelfsprekend is omdat iedereen en alles zich aan het klaarmaken is voor de oorlog. Met veel durf, sluwheid en geluk geraakt hij door Duitsland, reist naar Zwitserland, doorheen het oorlogskoortsige Frankrijk en vervoegt de Belgische Generale Staf in Antwerpen.

Hij beschrijft op 25 juli 1914 dezelfde “vreemde, uitgelaten sfeer” die we kennen uit Franse en Engelse bronnen, waarbij iedereen naar de oorlog trok al zingend, want ze gingen toch voor Kerstmis weer terug thuis zijn van deze “drôle de guerre”. Hij schrijft wat meewarig over het onvoorbereide en slecht uitgeruste Belgisch leger, de onenigheid tussen Koning Albert en de Belgische regering, de bloedbaden in Leuven, Mechelen, Zemst en het ontstaan van de legende van “poor little Belgium”. In Antwerpen verwondert hij er zich over dat het leven “in een metropool” gewoon verder gaat; dan maakt hij de terugtocht mee naar Lier, de aankomst van de Britse Mariniers, de wedloop naar zee, het wonder van de Ijzer en hoe dit in de Russische verbeelding en oorlogspropaganda speelde waarin zelfs het hele land tussen Schelde en Maas blank stond. ”King Albert’s book” met bijdragen van 200 schrijvers, kunstenaars en politici om geld te verzamelen, kende een enorm succes.                                                         
Hij trekt mee naar Oostende en uiteindelijk naar dat laatste kleine stukje België dat nog overblijft, verschanst achter de Ijzer, “zonder te beseffen hoezeer het lot mij zou verbinden met dit land waarin ik jaren zou verblijven en alle malheur van de zopas uitgebroken oorlog zou meemaken.” Daar neemt hij zijn taak op als diplomaat en kolonel die bestaat in communicatie voeren, propaganda, informatie opdoen en verstrekken, het afluisteren van vriend en vijand en deel uitmaken van de kleine politiek in de Grote Oorlog. Hij zal later memoires schrijven waarin we kunnen lezen hoe de gebeurtenissen op het Belgisch Front er uitzagen vanuit Russisch standpunt en vanuit zijn persoonlijke kijk.  

Dan ontbrandt de Russische Revolutie, de Russen stappen uit de oorlog, twee miljoen Amerikaanse soldaten – de legendarische “Yankees” - stappen mee in (de oorlog). Trotski krijgt de harde pil te slikken van Brest-Litovsk, en verplaatst de hoofdstad naar Moskou want Petrograd (het huidige Sint-Petersburg) was bijna omsingeld. Het is nu duidelijk wie het bewind voert in Rusland, de Russische militaire attachés worden vervangen.

Na de wapenstilstand is Prezjbjano “diplomaat zonder land”. Hij kan zich nog even nuttig maken om te proberen te zorgen voor de werkschuwe Russische soldaten die niet naar Rusland willen om er mee te vechten met het Wit-Russisch leger, de krijgsgevangenen in de kampen, de overblijfselen van de Russische troepen, de ontheemde Wit-Russen die vluchten uit Rusland voor het “Rode Gevaar” en naar het bevriende land, België, komen, maar hij moet al gauw merken dat zijn rol van trotse bevelhebber van het Russisch leger(tje) in het al even kleine België uitgespeeld is. Als de Russische Missie in 1922 opgedoekt wordt kan hij burgerkleren aantrekken en is een gekwelde, en gefrustreerde man geworden die zichzelf als vluchteling moet laten registreren. Hij verkrijgt de Belgische nationaliteit, begint een postzegelhandeltje dat zeer succesvol wordt, gaat in Frankrijk wonen en schrijft uiteindelijk zijn memoires.

Uit de aanhalingen in dit boek blijkt dat hij knap en veel vertelt. “Het is wel een beetje jammer dat hij voor de achtergrondinformatie ging kijken in bestaande studies, maar om het allemaal authentiek(er) te doen lijken, het soms niet zo nauw nam met de werkelijkheid en zijn eigen rol graag wat aandikte. Toch weet hij zeer goed feit en fictie uit elkaar te houden en is zijn getuigenis over het Belgisch Front uniek. “

Dit boek telt 373 bladzijden (waarvan een 70-tal nota’s, bronnen, bibliografie enz.). Dat had best wat korter gekund, want de kennis van schrijver over deze periode is zo overvloedig dat hij in het euvel vervalt van Prezjbjano zélf, door het vermelden van onooglijk veel details die er totaal niet meer toe doen. “Uiteindelijk blijven er van een leven en de gebeurtenissen daarin weinig meer over dan wat algemeenheden, en de wijsheid van achteraf.”…      Natuurlijk maakt dit het boek anderzijds ook interessant.

De schrijver zet verder ook dingen recht, zoals over de Volkenbond en hoe die niet reageerde op de nieuwe Europese onrechtvaardigheden - vooral veroorzaakt door de V.S. die maar al te graag winst maakte met deze oorlog en via leningen die ze gaven aan de “bevriende landen in nood”. Als de V.S. dan uiteindelijk besluit om deel te nemen aan de oorlog, is dat natuurlijk omdat Groot-Brittannië gewoonweg niet màg verliezen, want dan krijgen ze die leningen niet terugbetaald…    Hij herinnert ons aan de manier waarop de Duitse bezetting de Vlamingen voor zich wint, onder andere door een eerste Vlaamse Universiteit te vestigen in Gent en de Vlaamse onafhankelijkheid uit te roepen. Hij uit verschillende keren zijn bewondering voor Koning Albert, die overkomt als iemand met een scherp inzicht, een zelfs bijna cynische kijk op de stand van zaken en zijn omgeving en een persoon met veel natuurlijk gezag. Zo weet hij zijn legertje buiten de vele, meestal waanzinnige offensieven te houden. Pas tijdens het eindoffensief kwam het Belgisch leger voor de eerste keer onder geallieerd commando en pas dan sneuvelden de meeste Belgische militairen.

Geschreven door een docent Geschiedenis (en) met de opgestapelde kennis en inzicht van jaren.

 

V De Raeymaeker