Van Bacterie naar Bach en terug. De evolutie van de geest

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Daniel C. Dennett
Uitgeverij: 
Atlas Contact Amsterdam/Antwerpen, 2017
ISBN: 
9789045025827

Vijfentwintig jaar na ‘Het bewustzijn verklaard’, zijn meesterwerk en mijlpaal in de hedendaagse filosofie, verschijnt de opvolger waarin Daniel C. Dennett - in het voetspoor van Darwin - baanbrekend het bewustzijn verder verkent langs paden van de biologie, en vooral kunstmatige intelligentie gebruikt bij de processen van de chemie en computerwetenschap om te komen tot nieuwe inzichten over de samenwerking tussen lichaam en geest.

De exacte ,controleerbare zaken blijven de basis van zijn betoog, al schuwt hij niet abstracte begrippen als “ziel”, “intelligentie” en “creativiteit” te gebruiken en ze op een niet dogmatische manier te hanteren.

Controversieel zijn zijn stellingen over de vrije wil en zijn nieuwe visie op de menselijke geest: ’Ja, we hebben een ziel, maar die bestaat uit talloze kleine robots‘ aldus Daniel C. Dennett. Ook voor hem blijft het echter een voorzichtig aftasten van het in essentie ongrijpbare menselijk denkproces.

Het boek situeert zich aan de trillende grens van het huidige begrijpen, waar nieuwe kennis  aarzelend twinkelt. Lezen, herlezen, bestuderen en vooral koesteren als een monument op de weg naar het ontsluieren van de menselijke geest in evolutionair perspectief. Zoals hij zelf in zijn voorwoord benadrukt, blijft het denken in de voorhoede van de wetenschap voor hem een interdisciplinaire filosofische aangelegenheid en nodigt het conjecturaal aspect uit tot dialoog en schuwt het de controverse niet. Het is wetenschap in wording, in zijn bewoording: ‘de evolutionaire oersoep van de menselijke geest’. Evolutionair alleszins, daar de verschillende visies in workshops, lezingen en debatten uitgediept, getoetst, verfijnd… werden en het boek als een momentopname kan beschouwd worden.

Deze momentopname is wel ingebed in het Angelsaksische gedachtengoed van Darwin, Hume, Shannon, Turing… - wetenschappers en filosofen die, volgens hem, een merkwaardige omkering van het denken teweeg brachten, onder andere in de communicatiewetenschappen. Dennett zélf relativeert reeds in zijn inleiding: ‘De menselijke cultuur zelf is een veel vruchtbaardere generator van briljante innovaties dan welke groep genieën van welk beide geslachten dan ook’. Dit bereikt ze door een proces van culturele evolutie dat evenzeer de ‘auteur’ is van onze grootste prestaties als welke individuele denker dan ook. Van daaruit stelt hij: ’De biosfeer is volkomen doordrenkt van ontwerp, doel en redenen. Hij verdedigt de volgende stelling: ‘Er zijn redenen voor wat eiwitten doen, en er zijn redenen voor wat bacteriën doen, wat bomen doen, wat dieren doen en wat wij doen’. Nadenken over de verschillende betekenissen van ‘waarom’ is misschien wel de beste manier om te onderkennen dat redenen echt bestaan en in de natuur alom tegenwoordig zijn! Volgens hem zijn die vrij zwevend alomtegenwoordige grondgedachten de evolutionaire bouwstenen én van het lichaam én van de geest.

Voortbouwend op Darwin en Turing ondersteunt hij de schokkende (in ogen van bijvoorbeeld de creationisten) stelling van ‘competentie zonder begrip‘. Hij geeft hier als illustratie: ‘Een volmaakte en mooie rekenmachine hoeft niet te weten wat rekenen is! ‘ Volgt zijn cruciale vraag “Waar is bewustzijn voor nodig?” (gesteld dat het ergens voor is) als onbewuste processen heel goed in staat zijn om alle cognitieve operaties uit te voeren die we nodig hebben om onze omgeving waar te nemen en ons gedrag te besturen? Stelt zich het begrip informatie binnen levende systemen: Dennetts hypothese ‘het informatietijdperk is begonnen met het leven zelf; zelfs de eenvoudigste zichzelf reproducerende cellen wisten zich te handhaven dankzij onderdelen die functioneerden door verschillen te onderscheiden tussen zichzelf en hun onmiddellijke omgeving! Het gaat om ‘verschil ‘dat iets uitmaakt! Hier past een kanttekening bij de vertaling. Het scheppen van begrippen en de daarmee gepaard gaande neologismen worden nog verzwaard door een stroeve zinsbouw en het veelvuldig gebruik van deelwoorden en samenstellingen. Natuurlijk is dit inherent aan deze nieuwe wetenschap , maar Dennett zelf is een kei in het toegankelijk maken van ingewikkelde zaken.

Terug naar de overdracht van informatie en fouten hierin. DNA kopieert zichzelf vrijwel perfect, maar zonder kopieerfoutjes, die het zo nu en dan maakt (nog niet één keer op elk miljard nucleotiden) zou de evolutie tot stilstand komen! Paradoxaal voedt de menselijke cultuur zich met de vruchten van haar eigen evolutie en kan ze volgens Dennett dit op steeds krachtigere manier benutten! Taal is in dit verband het wezenlijke van de menselijke cultuur en de vloedgolf die de aarde overstroomde. Met de introductie van het begrip ‘heme’ en de controverse tussen Gould en Dawkins krijgen we niet enkel een controversieel standpunt voor de kiezen, maar wordt de focus op dit bijzonder oogpunt helaas ook vertroebeld door teveel jargon en specialistentaal.

Wél interessant in deze context zijn de religieuze uitstapjes. Dennetts standpunt dat taal een cumulatieve culturele evolutie mogelijk heeft gemaakt (en in reactie daarop weer een genetische evolutie) waardoor een steeds sneller verlopend proces ontstaat met als gevolg steeds meer nieuwe ontwerpen en ontdekkingen. Taal mag dan niet de grondslag vormen, maar de bekroning zou Dennett ze niet willen noemen, hij zou taal liever omschrijven als lanceerplatform van het menselijk denk- en leervermogen.

Van de lezer wordt een behoorlijke voorkennis (zelfs qua taalkennis en begrippen) over uiteenlopende onderwerpen verwacht, dus je moet al bijna apps geïnstalleerd hebben om die denkgereedschappen te kunnen gebruiken. Als je die vertrouwde denkgereedschappen niet toevallig in je gereedschapskist hebt zitten, worden sommige hoofdstukken moeilijk toegankelijk.

Lof verdient toch wel deze unieke poging om een werk te leveren met genoeg kwaliteit voor een breed publiek. Het zou positief zijn mocht op het gebied van kunst en wetenschappen wat meer intelligent ontwerp was besteed aan het in bredere kring verbreiden van de eigen boodschap. De grote neuroloog John Hughlings Jackson heeft ooit gezegd: we spreken niet alleen om anderen te vertellen wat we denken, maar ook om onszelf te vertellen wat we denken.

Besluitend is de overkoepelende stelling van het boek dat de eeuwige vraagstukken van het leven omtrent betekenis en bewustzijn een ander aanzien krijgen op manieren die ontoegankelijk blijven voor mensen die nooit verder kijken dan het manifeste beeld waarmee ze zijn opgegroeid en de disciplines waarin ze zijn opgeleid. De lezer wacht echter een lange en ingewikkelde trektocht over een moeilijk terrein. Laat ons eindigen met een axioma uit dit meesterwerk: “De evolutie is slimmer dan jij! “

Ludo Raeijmaekers