Morele illusies. Waarom onze illusies niet te vertrouwen zijn.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Stijn Bruers
Uitgeverij: 
Houtekiet, 2017
ISBN: 
978 90 8924 575 5

‘Net zoals er optische illusies bestaan en onze zintuigen daarom niet altijd te vertrouwen zijn, zo bestaan er morele illusies en spontane denkfouten waardoor onze morele oordelen niet altijd te vertrouwen zijn.’ (p.16)

Leuke trouvaille: morele illusies zijn zoiets als optische illusies. Inspiratiebron? De gestaltpsychologie en de illusies van Müller-Lyer, Ponzo, Esscher, enz. Morele illusies kunnen net zo goed zichtbaar (!) gemaakt worden, maar zijn volgens Stijn Bruers (winnaar Zesde Vijs / Skepp) schadelijker, want bezoedeld met sofismen, zelfbedrog en verlakkerij - alhoewel, denk ik dan, verleidelijke illusies in reclame, film, berichtgeving, propaganda, … zijn even pesterig, en kunnen dus maar beter ontmaskerd en aangeklaagd worden. Vooral als ze botsen met onze diepste waarden, morele intuïties (!) en overtuigingen.

VOER VOOR MORALISTEN

Coherentie en bodemvastheid dienen voorop te staan. Vooral in ethische kwesties. Een natte droom voor moraalwetenschappers? Mogelijk… Al woedt het filosofische debat 200 jaar na Immanuel Kant (dé maxime!) - wélke zijn die grondwaarden dan wel? -, nog steeds verder. Dat is echter niet de eerste zorg van Bruers. Toch komt hij via de formele fijn-filering van morele illusies dichter bij een rist (onbetwistbare?) universele en humanistische grondrechten. Op andere momenten besluit hij dan weer geëngageerd en gevoelsmatig in het voordeel van soort-overschrijdende waarden: dierenrechten, milieurechten, …
Bruers is veganist. Dat blijkt: het is geen verrassing dat hij uitkomt bij milieuzorg en dierenwelzijn… Dat mag, maar toch blijft het cruciale dilemma in de eco-ethiek overeind: kunnen ‘dierenrechten’ en ‘mensenrechten’ met elkaar sporen? Een blijvende antinomie? Milieurechten: morele intuïtie, illusie of grondrecht?

WAAR (MORAAL)WÉTENSCHAP EN (MORAAL)FILOSOFIE ELKAAR KUNNEN VINDEN

 ‘Iedereen is gevoelig voor morele illusies, ook hoogopgeleide, intelligente, empathische en altruïstische personen. En we zijn er ons niet altijd van bewust.’ (p.19)

Bruers wil morele illusies - slordig moreel beslissen, sofismen, vooroordelen - uitzuiveren om zo te komen tot meer ethische samenhang, overeenstemming en (à la limite) gedeelde waarden. Dat kan je zeker toejuichen. Sommige illusies blijken immers aangeleerd. Ook morele illusies… Dat stemt hoopvol. Ze kunnen afgeleerd worden. Misschien… Maar volgens welke doelen? Op dit punt gaat ‘Morele Illusies’ eerder over moraalpsychologie dan moraalfilosofie en dicht je de kloof tussen ‘zijn’ en ‘behoren’ nog niet. Formele consistentie - zeg maar een sluitende calculus - zorgt niet automatisch voor (meer) morele integriteit of humanisme. Inzicht in de Paradox van de Leugenaar maakt je niet minder leugenachtig. Spontaan moreel handelen is bovendien het gevolg van evolutionaire strategieën. Ethiek en survival? Leugentjes om bestwil kunnen daarbij flink helpen…
Je kan de bedoeling van Bruers zeker waarderen, maar of dat een gedecideerde en onbetwistbare moraliteit oplevert, wars van elke antinomie (Mensenrechten vs. Dierenrechten), blijft nog steeds de vraag. Casuïstiek of integriteit? Tja, leg de ‘Ethica’ (Spinoza) en de ‘Justine’ (Sade) naast elkaar. Op basis van de mate van formele consistentie kan niet worden uitgemaakt welke moraal verdienstelijker is dan de andere.

POLEMIEK VAN GRONDWAARDEN

‘Het gevaar van nationalisme is
dat het een vorm van willekeurige discriminatie is.’ (p.32)

Misschien moeten we dus toch maar verder richting morele intuïtie, contextualiteit of differentie. Dat stelt ons voor het gekende demarcatieprobleem en het gevaar van essentialisme... Bruers behandelt ze aan de hand van uiteenlopende casussen, maar wil vooral afrekenen met de kwalijkste uitwassen: racisme, nationalisme, seksisme, speciesisme. Morele logi-puzzels die ons bezighouden sinds de klassenlogica van Aristoteles: op basis waarvan stop je individuele entiteiten samen in een doos? (Ethische variant: Wie gooien we als eerste uit een zinkende reddingsboot?) Bruers beschouwt klassen als illusies (waterkleurillusies p.34). Terecht? Ook hier misschien… Maar vooral vraagt hij zich dan af welke (morele) status we verlenen aan de inhoud van die doos: ‘In de ethiek moeten we vermijden om rechten te baseren op zeer complexe en wazige categorieën zoals rassen, geslachten en soorten. Rechten kunnen wel verwijzen naar bijvoorbeeld welzijn of subjectieve wil. Die rechten moeten we dan toekennen aan alles en iedereen, zonder willekeurige uitzonderingen.’ (p.173) Klasseren is niet waardenneutraal. Het leidt volgens Bruers tot statusverschillen en (morele) willekeur. En vooral: het triggert een wij/zij-houding. Te mijden dus. Ook al komen we iets verder uit bij de ‘slippery slope’ van ‘verwantschap’ (Wittgenstein): welke rechten voor déze mens, zijn moeder, grootvader, enz., andere primaten, zoogdieren, insecten, enz., déze boom, déze steen, enz.  Ad infinitum zit je met de vraag naar de morele status van de zon. Een goed antwoord op het demarcatieprobleem? Want wat moet je dan met zoiets als positieve discriminatie? In wezen een (morele) tool om racisme, seksisme of speciesisme aan te pakken. Toch maar grenzen trekken?

SLUIER VAN ONWETENDHEID

‘Als dergelijk essentialisme een morele illusie is, wat moeten we dan doen met bijvoorbeeld onze ethiek van mensenrechten?’ (p.171)

Zo krijgt ondermeer het (empathisch) gedachtenexperiment van Rawls ( zijn ‘sluier van onwetendheid’) er een extra dimensie bij: ‘Dankzij de sluier van onwetendheid word je verplicht om onpartijdig te zijn: je kunt geboren worden als man, vrouw, blanke, zwarte, Belg, buitenlander, rijke, arme, mens, dier, … Als je goed nadenkt achter deze sluier, zul je tot een goede verzameling rechten komen.’ (p.43) De sluier zou er als vanzelfsprekend toe leiden dat iedereen (en alles) een rechtvaardige morele status toebedeeld krijgt. Rechtvaardigheid en zelfbehoud in een virtuele wereld… Zijn positieve discriminatie, voor-rechten of rechten sowieso (in de virtuele wereld van Rawls) dan nog wel opportuun? Of verzanden we daardoor in moreel immobilisme… Opvallend ook: moet je Rawls zélf niet verdenken van een mild essentialisme: rijk/arm, man/vrouw, blank/zwart, …?

‘Weg met het essentialisme!’ Of kunnen we onderscheid maken tussen algemene en specifieke rechten? Meer differentiedenken, pragmatisme en contextualiteit: déze zwangere vrouw, déze bootvluchteling, deze XXX, ...? Elk met hun bijzondere noden. Zo komen we misschien toch nog uit bij ‘een rationele, betrouwbare, authentieke ethiek, onder de slogan ‘doeltreffendheid in middelen, consistent in doelen.’’ (p.220) Zonder willekeurige uitzonderingen…

REFLECTIE  > < GEDRAG

Bruers tracht nog andere morele intuïties en puzzels als illusies te ontmaskeren en te rationaliseren: het trolleyprobleem in al zijn varianten, omvangverwaarlozing, hoofddoel denkfout, … Keer op keer blijkt de virtuele morele reflectie echter andere morele parameters toe te passen dan de concrete (!) morele praxis. Morele reflectie verschilt van moreel gedrag! Hier zou Bruers meer kunnen doen met de recente bevindingen over de vrije wil (Libet, e.a.). Toch een belangrijke crux van moreel beslissen. Dat men in dat debat eerder geneigd is het te hebben over een bewuste wil is geen onbelangrijke verschuiving. Zeker voor de ethiek. Moreel zelfbedrog blijft immers een virulent obstakel.
Dat kan ook Johan Braeckman beamen: ‘Intuïtief kunnen we onszelf er moeiteloos van overtuigen dat onze morele standpunten kloppen, toch blijkt dit bij nader inzicht lang niet altijd vol te houden. Bovendien is het ook hier bijzonder lastig om van mening te veranderen, zelfs al dwingen de feiten en de rede ons ertoe.’ (zie Woord vooraf / p.10) Welke weg uit de vliegenstolp? Reflecteren over morele illusies kan helpen. Maar op weg naar een humanistische moraal en ‘een democratische en tolerante houding tussen verschillende authentieke ethische systemen’ (p.230) is er méér nodig dan het wegwerken van illusies en sofismen en het formaliseren van morele intuïties...

 

Karel Van Dinter