Melk, honing, kerosine. Op reis naar de gelukkigste en ongelukkigste plaatsen ter wereld.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Jan De Deken
Uitgeverij: 
Querido, 2018
ISBN: 
978 90 214 0305 2

Iemand die zijn inleiding ergens aanvangt met “De wereldpolitiek had weer te veel koffie gedronken” heeft het van mij meteen gewonnen… Als hij dan wat verder nog een zangeres beschrijft “met een stem die laveert tussen gewapend beton en Chinees porselein” ben ik helemaal aan hem overgeleverd. Blijft dan nog te zien of hij en even goede reporter als schrijver is…
Jan De Deken was ooit op zoek naar een “angle” toen hij in een krantenartikel las dat Singapore het ongelukkigste land ter wereld was. Dat was natuurlijk intrigerend. Bestond er dan zoiets als gelukkige en ongelukkige landen? Waarom scoorden gewelddadige landen zoals Guatemala en Columbia zo hoog in geluksonderzoeken? Dan merkte hij dat er tienduizenden geluksonderzoeken bestonden die concludeerden dat geluk alomtegenwoordig was en er toch nog nooit zoveel mensen depressief waren.
Om de waarheid te kennen moet een zichzelf respecterende freelance journalist dat natuurlijk zélf en ter plekke op onderzoek uitgaan.

“Ter plekke” wordt uiteindelijk 11 landen op deze aardbol. Voor een beginnende reporter financieel erg zwaar, maar met het voordeel dat hij telkens en overal aangewezen is op eigen initiatief, met beide voeten op de grond moet blijven en overal in de werkelijke wereld terechtkomt.
Hij begint eraan in 2010 met (een hallucinant knap geschreven eerste hoofdstuk over) een simpele liaan, de Ayahuasca - “het sterkste tripmiddel ter wereld en antibioticum van het Amazonewoud - de “televisie van de jungle, die (quote) “de fundamenten van mijn hele referentiekader doet beven”. Dan trekt hij naar de Urugayanen (“de Belgen van Zuid-Amerika”) en Bikini Beach in Punta del Este, en de nouveaux riches, “zo fijnbesnaard als een djembé” en de superrijken die enkel genieten van iets “omdat een ander er geen toegang toe heeft” - met als spiegelbeeld gaucho Leo, één brok levenswijsheid, die “genoeg heeft aan één kont”.
In de VS concludeert hij dat “the American dream ” een nachtmerrie geworden is van sociale opstopping. De dwang naar “making it” is vernietigend. Het zoeken naar geluk op de foute plaatsen, in rijkdom, bezit en individualisme is nefast en komt in plaats van natuurlijk leven, een sociale samenleving en betaalbare huizen.
In Hawaï gaat hij ervaren of het waar is dat sport het geluksniveau boost. Hij gaat naar het walhalla van de surfers, het surfparadijs dat “Waikiki Beach” heet en waar je “stoked” kan worden, de ultieme opwinding die je ervaart bij het surfen. Jan weet waar hij het over heeft want hij surft zélf en beschrijft lyrisch, bladzijden lang, het hemelsgrote genot van het surfen.
In Nevada ligt het Indianenreservaat “Black Rock City” en daar wordt de 25ste verjaardag gevierd van het “Burning Man Festival“, een “in lsd gedrenkt Woodstock”, de “wildste rave en leukste speeltuin zonder grenzen ter wereld, een gigantische orgie voor exhibitionisten en seksuele extremisten, hyperdecadenten en de yups van Wallstreet en Silicon Valley”.
Hij wordt zwerver in het “land van overdaad”, Australië, land met slechts 24 miljoen mensen op een oppervlakte van 2 maal de Europese Unie, top van de “Better life index” – met een ongelooflijke natuur, perfect klimaat, levensverwachting van 82 jaar, 2- 3 auto’s per familie. Toch zijn de Australiërs niet gelukkig en zoeken ze “iets” anders. Wat misschien te vinden is in Byron Bay, de spirituele hoofdstad van het land voor meditatiejunkies, waar de jacht op “de innerlijke god” een excuus is voor zelfgenoegzaamheid en egocentrisme.
Singapore is, na Hongkong, één van de rijkste spots op aarde met proportioneel het meest miljonairs en op 3 na hoogste BBP per capita, het land bij uitstek waar niet de mens maar de Markt centraal staat, waar “geld het menselijk geluk is in het abstracte”. Wat een maatschappij oplevert die sterk gestructureerd, artificieel en beklemmend is, die kreunt onder een centraal gezag, en waar je keurig binnen de lijnen moet lopen.
In Japan vindt de schrijver “onderdak” in één van die fameuze cybercafé-cabines. Een goeie plek vanwaaruit hij het Japanse vereenzamingsverschijnsel kan observeren, met meer dan een miljoen “hikikomori” of mannen en vrouwen die decennialang geen enkel menselijk contact hebben, meer dan 1,62 miljoen “solitary non-employed”, een grote massa “internetcafé-vluchtelingen” en 30.000 gevallen van zelfdoding per jaar.
Servië heeft de droeve reputatie het meest pessimistische land in vredestijd te zijn en gaat daar nog prat op ook.
President Paul Kagame is bezig om van het Rwanda van de Hutu’s en Tutsi’s het Singapore van Afrika te maken, sterk gedisciplineerd en met een geheime politie die niet onderdoet voor de Stasi, dus genadeloos voor politieke tegenstanders. Er is immers geen tijd voor een traag lopende democratie als je welvarend wil worden.
“Onze” Congo heeft een augiasstal die “Oost-Congo” heet, het armste land ter wereld, met een gemiddelde leeftijdsduur van 48,7 jaar en 3,5 jaar schoollopen; tevens het dodelijkst conflict sedert WOII met 5,4 miljoen doden en met inwoners die getuigen van een uitzonderlijk optimisme en een onmiskenbaar talent voor geluk.

Je leert in dit boek een “andere” wereld kennen en leest over zaken waar je ten hoogste vaag iets over wist. Maar het boek is veel méér dan een bundel reportages en verhalen. Jan De Deken schrijft de “trage, diepgaande buitenlandjournalistiek” die hij zich vooropstelde, “verkoopt” geen theorie maar gaat er op af en schrijft vanuit zijn eigen humanistische, diepgewortelde overtuiging en inzichten. Hij gaat praten met de mensen ter plekke, stelt vragen. Het is niet zijn stijl om de mensen zomaar op straat te vragen of ze gelukkig zijn: hij leeft een tijd mee met ze, leert hen “kennen”, gooit zich overal in - en pas dàn, als er een echte band met hen is, zal hij hen vragen of ze al dan niet gelukkig zijn. Hij trapt daarbij geen lucht, ziet niet alles door de vergrootbril van het plaatselijke, en kijkt zeker ook niet door de ogen van onze Westerse, Verlichte, democratische en humanistische vooringenomenheid. Hij kent en gebruikt bovendien statistieken, feiten, cijfers, rapporten en heeft een degelijke historische achtergrondkennis.

De Deken komt overal transcendente gemeenschappen tegen met idealen en visies van maatschappelijke verantwoordelijkheid en participatie, en ook tegenculturen - belangrijk omdat deze trends voorspellen. Hij denkt en vergaart wijsheden: “Grote waarheden, daar heeft niemand wat aan”. Wat belangrijk is, is hoe de mensen leven, (voor velen wil dat zeggen hoe ze overleven), wat hen drijft, hoe ze zijn, voelen en denken, waar ze op hopen, wat ze willen..
En geluk dan? Geluk is niet ons inkomen maar onze tevredenheid over dat inkomen en de ervaringen en dingen waaraan we ze besteden.

 

 

Viktor De Raeymaeker