Kinderen van het web. Undercover als pedofiel.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Peter Dupont
Uitgeverij: 
EPO, 2016
ISBN: 
978 94 6267 085 3

Webcamkindersekstoerisme waarbij seksshows met minderjarigen – “van naakt tonen tot verkracht en gemarteld” - live worden gestreamd, kent blijkbaar een explosieve groei, met de Filipijnen als ongekroond centrum van het mondiaal cybersekstoerisme.(300.000 km2, 7641 eilanden, 101 miljoen inwoners, meer dan 170 talen). De klanten zijn bijna zonder uitzondering blanken, en het ‘toerisme’ wordt bedreven zowel via het scherm van de computer als door mannen en vrouwen op reis.   Op elk moment van de dag zouden er volgens Terre des Hommes 750.000 “klanten” online op zoek zijn naar kinderporno en naar “shows” kijken waarin kinderen tot seksuele handelingen verplicht worden. Jaarlijks zouden volgens officiële cijfers tussen 60.000 en 100.000 kinderen “verhandeld” worden, maar in werkelijkheid zou dat aantal veel hoger liggen. Deze “seks” vindt plaats op internet, via de webcam, en kan dus later niet meer gebruikt worden, want van “livestreams” bestaan er geen opnames . Vandaar de groeiende populariteit (?) want het is veiliger dan downloaden en kijken naar filmpjes, wat bewijsmateriaal achterlaat..

Journalist Peter Dupont begint een 3 jaar lange zoektocht naar dit fenomeen, van de zomer 2013 tot midden oktober 2016: eerst als onderzoeksjournalist, thuis, maandenlang op de computer. Hij probeert contacten te leggen, mensen te leren kennen - wat zeer moeilijk blijkt. Daarom besluit hij dat hij op veldonderzoek moet - om de achtergronden bloot te leggen en misschien zo misbruik te straffen. Hij wil het zélf zien. Dus reist hij verschillende keren naar de Filipijnen, “om de rest van de wereld te tonen wat niemand wilde zien”. Het opzetten van een “val”, een veilige manier vinden om contact te leggen, zich een geloofbaar personage aanmeten van pedofiel is niet gemakkelijk en gevaarlijk; hij moet reizen in onveilige, gemilitariseerde gebieden waar sprake is van banditisme en terrorisme. Hij mag er niemand over vertellen, want dan zou hij zelf onder de aandacht komen. Hij wil ook geen “touch and go” journalistiek - even komen kijken en weer weg.  Dupont leert mensen kennen via het web, spoort ze vervolgens op en komt geleidelijk in contact met enkelen. Hij stelt zich vragen: “Waarom in de Filipijnen?” ”Hoe vinden de arme aanbieders klanten?” “Wie zit er voor en achter de webcam?” “Hoe komt het dat misbruikers niet gevonden worden, alhoewel ze online betalen?” Op welke manier kunnen cybersekshuizen functioneren in het overbevolkte, diepgelovige, arme land dat de Filipijnen is, en waar iedereen in een bepaalde gemeenschap iedereen kent?” “Wie zijn de kinderen die in dit web van misbruik gevangen zitten?”

Anderhalf jaar lang bezoekt hij “cybersekshuizen, een shelter, rosse buurten, geldtransactiekantoortjes, sloppenwijken, bars, rekruteringsgebieden, prostitutiemarkten en bordelen”. Hij leert zich aanpassen aan cultuur en tradities. Langzaamaan maakt hij kennis met “aanbieders van webcamkindersekstoerisme, met enkele webcammeisjes en hun ouders, klanten, prostituees, “recruiters” en “predators”; met pedofielen en pedoseksuelen, “handlers”, cyberslaven, traffickers en pooiers. Hoe moet hij zich voordoen als een klant maar niet handelen als een klant? Hoe krijg je je materiaal bij elkaar als in België en Nederland het ontvangen en verspreiden van kinderporno binnen het kader van een journalistiek onderzoek strafbaar is?

Dan maakt hij kennis met “Max”, zijn “kwaadaardige Vergilius in de hel”, “zijn mentor” zijn “gids uit de onderwereld” die hem op een hallucinant “gewone” manier vertelt hoe het er aan toe gaat. Hallucinant door het totaal gebrek aan moreel denken of oordelen, terwijl het over kinderen gaat die als handelswaar behandeld, doorgespeeld, verhuurd, gebruikt en misbruikt worden alsof het de gewoonste zaak van de wereld betreft. Eerst ondervindt de schrijver het OMG-effect (“Oh My God”). Je zou voor minder. “Sheila” is een jonge vrouw van 22 die aanbiedt te “spelen” met haar kinderen (een jongetje van 6 en meisje van 2) en orale seks te hebben met en door haar kinderen. (“Denk nu niet dat ik een hoer ben, ik ga elke zondag naar de kerk.”) Terwijl er blijkbaar toch ook “normen” gelden, want ze zijn trots op hun lange klantenlijst: “Ze komen uit Australië, Europa en de V.S. Ons geheim? We zijn eerlijk, komen altijd onze beloften na. Ook tegenover de jongens en meisjes die we gebruiken. Krijgen we dertig euro voor een duoshow, dan gaat de helft naar het kind. Zo hoort dat.”

Later, na een ”maandenlange strooptocht door de hel”, betrapt de schrijver er zichzelf op “immuun te worden voor gortigheid en “zelden geziene vunzigheid.” Hij krijgt zelfs een beroerte, revalideert, blijft dapper actief als journalist, wordt langzaam beter, kan weer 3 uur per dag les geven en hij schrijft artikels. Een tweedelige reeks over cyberseksmisbruik wordt op 1 en 8 oktober 2013 gepubliceerd in P-magazine. Er komt geen reactie op zijn artikels. ”Na de publicatie verwachtte ik een telefoon of mail van de Belgische politie met de vraag om eens aan tafel te zitten. Maar er gebeurde niets.” “Praktisch niemand lijkt zich het lot van deze kinderen aan te trekken”, moet hij vaststellen.

Dan ontmoet hij de Nederlandse filmmaker Jacco Groen. Ze besluiten een documentaire (”Grenzeloos misbruikt”) te maken, want met beelden bereik je een groter publiek. Dit leidt tot een maandenlange undercover operatie en het werken als burgerinfiltrant voor de “Philippine National Police”. Als hij eindelijk ver genoeg geraakt om zich kenbaar kunnen te maken als journalist en adressen in handen te krijgen, kan de jacht op klanten” beginnen. Dat leidt tot het bevrijden van elf minderjarige meisjes uit een cybersekshuis ,de arrestatie van 5 verdachten en 900 met naam geïdentificeerde kindermisbruikers  in het kinderpornonetwerk, gedeeld met 36 landen. Maar alweer komt er weinig reactie…

Ook begint Peter Dupont te “begrijpen”. Bijvoorbeeld dat dit fenomeen van cyberseks zo’n grote factor geworden is in de Filipijnen. Dit komt misschien doordat er een tijdlang ieder jaar meer dan 10 miljoen Filipijnen naar het buitenland trokken om daar te werken. Wat resulteerde in lange afstand-seks tussen echtgenoten via webcam…. De huidige situatie is dus in die zin misschien een spin-off…  Legt iemand hem ook nog uit: “Honderden in deze wijk doen aan cyberseks. Omdat ze arm zijn zoals wij. Behalve cyberseks is er hier nauwelijks werk.” En hij moet bekennen: cyberseks is inderdaad veel aangenamer en veiliger dan straatprostitutie. 2.000 peso’s (40 euro) per nacht, op de Filipijnen zijn dat grootverdieners. En hij moet ervaren: “Door het redden van enkele kinderen die misbruikt werden, lijdt het gezin nog grotere honger en armoede en de plaats van de geredde kinderen wordt door hun zusjes ingenomen.”

Wat niet wil zeggen dat dit “kan”. “De blik afwenden en niets doen, bestendigt dit soort misdaad.” Deze monsters hadden enkele minuten nodig om het leven van een kind te vernietigen, maar het duurt jaren om ze te vinden en te veroordelen. Het opleiden van digitale undercover detectives en goed opgeleide infiltranten kan wonderen doen Wat nodig is, is “name and shame”, meer middelen, grensoverschrijdend werken, en een mandaat krijgen om proactief te zoeken en te vatten. Webcamtoerisme bestrijden met een vijfkoppig team is onmogelijk.

Dit is een interessant boek natuurlijk. Maar moeilijk om te lezen. Het lukt de schrijver niet om er vaart in te steken, een boog te spannen. Ergens verzandt het verslag. Door al zijn inspanningen en werk zo volledig mogelijk te willen optekenen, wordt het een litanie over afspraken die niet nagekomen worden, alsmaar weer contacten, chats, aanbiedingen, levensverhalen en levensomstandigheden die opgedist worden, verhalen over bedelen uit honger (en tientallen andere redenen), aanbiedingen, smeekbeden, leugens, overredingsmails, verhalen uit de onderwereld… Alhoewel niet onoverkomelijk, toch jammer.

 

V De Raeymaeker