Het einde van de wereld: Een geschiedenis

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Steven Stroeykens
Uitgeverij: 
Polis, 2016
ISBN: 
9789463100854

Fysicus en wetenschapsjournalist Steven Stroeykens heeft zijn heldere penkunde al bewezen als redacteur bij de Standaard en met zijn geprezen boek over de ontdekking van het Higgs-deeltje (2013). Misschien heeft hij tijdens het schrijven van laatstgenoemde het idee voor dit boek opgevat: het voor de Higgs-ontdekking benodigde opwekken van hoogenergetische deeltjesbotsingen aan het CERN te Genève kon volgens sommige onwetenschappelijke doemdenkers leiden tot de creatie van een zogeheten zwart gat dat onmiddellijk de hele aarde zou opslokken. Zo ver is het – oh verrassing – niet gekomen, maar het is wel alweer een treffend voorbeeld van het einde-van-onze-tijd-denken dat – oh ironie – van alle tijden is.
Zoals velen sta ik weigerachtig tegenover boeken met een esoterisch aandoende titel, maar ditmaal moesten de ondertitel en auteursnaam mij dan maar over de leesstreep trekken. Gelukkig maakt Stroeykens vanaf de inleiding duidelijk dat zijn werk een combinatie van historische en onderbouwde wetenschappelijke informatie is, bovendien doorspekt met de nodige nuchtere satire: “De einde-van-de-wereldscenario’s die ik bespreek, vormen een persoonlijke keuze, geen exhaustieve lijst. Mijn excuses dus als uw favoriete doemscenario er niet bij staat, of als ik het naar uw smaak niet ernstig genoeg neem. Wellicht krijgt u binnenkort wel gelijk – maar ik troost me met de gedachte dat u dan toch niet lang van uw triomf zult kunnen genieten. En bedenk: wanneer het einde ook komt, het is nog nooit zo nabij geweest als nu.” Daarmee was de schrijftrend gezet, en ook mijn lees-zin.

‘Het einde van de wereld’ – als boek dan – bestaat uit drie hoofddelen die Stroeykens als Openbaring, Voorzorg, en Speculatie betitelt. Ruwweg kan men stellen dat deze respectievelijk absurd-gelovige, realistisch-antropogene en speculatief-kosmologische scenario’s behandelen, al bleken de grenzen tot mijn verbazing soms vaag of werden ze voor de volledigheid doelbewust overschreden. Dat laatste durft helaas al eens ten koste gaan van overzichtelijkheid, maar aan vlotte leesbaarheid moet de tekst nergens inboeten.

Met de titel van het eerste deel verwijst Stroeykens naar het Bijbelboek dat past in een lange traditie van apocalyptische literatuur uit het Midden-Oosten. De voorspelde ondergang en het uit zijn restanten te ontstane ‘duizendjarige rijk’ dat enkel voor de ‘ware gelovigen’ bestemd is, verschillen echter voor elke interpretatie van de teksten. Bijzonder hierbij is dat Stroeykens niet enkel religieuze, mythologische en sektarische invullingen behandelt, waarvoor hij zijn ongeloof niet onder stoelen of banken steekt, maar ook de analogie maakt met moderne technologische en politieke doemscenario’s die al eens hetzelfde stramien durven te volgen: Snel evoluerende nanorobots of kunstmatige intelligentie (zie review van “Machines die denken”) kunnen volgens sommigen alle controle overnemen en de wereld onleefbaar maken voor iedereen behalve een aantal goed voorbereide ‘uitverkorenen’. Parallel hiermee streven ook politieke ideologieën vaak naar een wereld die ‘gezuiverd’ is van een ‘verdorven tegenstander’ en dat terwijl enkel geëngageerde partij-aanhangers elke vorm van verdenking kunnen ontlopen. Stroeykens onderscheidt waar mogelijk goedgelovigheid van realiteit, maar in het licht van het laatste komt de huidige Amerikapolitiek toch nog angstaanjagender over dan hij al was. L’histoire se répète, wist Polybius al in de tweede eeuw voor Christus. Daarnaast lijkt het grootste reële gevaar van het hedendaagse doemdenken in het ernaar handelen te liggen: wie écht gelooft dat het einde nabij is, maalt niet om klimaatverandering of atoomoorlog, maar ziet het als een bevestigende eerste aanzet. Daartegenover staat dat wie op een vreedzame manier het beste voor onze Gaia als geheel wil, zich kan aansluiten bij de “Volontary Human Extinction Movement” (zie www.vhemt.org/ – “Thank you for not breeding”).

Waar volgens het boek de doemsdagklok - opgesteld door een schare atoomwetenschappers - in 2016 nog op drie voor twaalf stond, is deze met de aanstelling van Trump intussen nog dertig seconden scherper gesteld (zie www.thebulletin.org/timeline). Een kernoorlog volgens het principe van de “mutually assured destruction” (MAD) is dan ook “het meest realistische scenario voor een allesvernietigende ramp op korte termijn”. Het heeft in 1983 aan een zijden draadje gehangen, met Sovjet Stanislav Petrov als wereldreddende held. Maar ook andere menselijke scenario’s komen, ondersteund door grondig feitenmateriaal, soms echt angstaanjagend over: Een volledige economische ‘collapse’ zou nu de hele geglobaliseerde samenleving treffen (zie “global risks” van het Wereld-Economisch Forum via http://reports.weforum.org/global-risks-2016), de klimaatopwarming kan tot een kantelpunt komen waarvoorbij geen redding meer mogelijk is, of door bio-terrorisme op basis van “gene reassortment” zijn we mogelijks “maar één mutatie verwijderd van de wereld zoals we die kennen” (New Scientist, 2015). Stroeykens schrijft inzichtelijk en merkt terecht op dat dit boekdeel doet denken aan “The tragedy of the commons” (Science, 1968), een bekend geworden artikel dat nauw verband houdt met de speltheorie: “De ondergang is de bestemming waar allen zich heen spoeden, elk zijn eigen belangen nastrevend […]”

Om het onderscheid met het derde deel omtrent kosmologische “Speculaties” te accentueren, sluit Stroeykens het tweede “Voorzorg” af met de dreiging van meteorietinslagen, de vermoedelijke oorzaak voor het uitsterven van de dino’s. Meteorieten zijn nu niet meteen aards noch antropogeen te noemen, maar met de juiste technologie kunnen we er wél in slagen om de lange duisternis na inslag te boven te komen, of beter nog om vóór de impact het projectiel van baan te doen veranderen. Gekende interplanetaire objecten worden daarom volgens botsingswaarschijnlijkheid en vernietigend effect gerangschikt op de schaal van Turijn (http://cneos.jpl.nasa.gov). De toekomstige AIM en DART projecten voor hemelobservatie en waarschuwing door respectievelijk ESA en NASA staan echter allebei op de helling wegens besparingen (New Scientist, 2017). Het plan B om te vluchten naar een buurtplaneet lijkt paradoxaal genoeg prioritair (zie ook mijn review op Kritisch Lezen van ‘Mensen op Mars’).

Het zeer speculatieve einde van de mens begint met statistische argumenten: “De typische levensverwachting van een zoogdiersoort is zowat een miljoen jaar […] Met naar schatting ongeveer 200.000 jaar op de teller is Homo Sapiens dus nog een de jonge kant.” En dat ondanks de massa-extinctie die ons boven het hoofd hangt volgens een historische periodiciteit van een zestig-miljoental jaren, of het doomsday-argument van Gott (Nature, 1993) dat ons 90% kans biedt dat we nog zo’n 6000 jaar te leven hebben. Werkelijk kosmische dreigingen zijn enorme uitbarstingen van gammastralen die zich voortbewegen met de lichtsnelheid en ons dus levend roosteren zonder dat we ze kunnen ‘zien’ aankomen, of het wegslingeren van de Aarde uit ons zonnestelsel (bv. door botsing met een andere planeet) met een eindeloze ijstijd als gevolg, of het opslokken van ons hele zonnestelsel door een zwart gat, of – met zekerheid binnen één miljard jaar indien we niet al op een andere manier aan ons einde zijn gekomen – het opgaan van de aardbol in de uitdijende Zon wanneer deze al haar interne brandstof heeft opgebruikt. Een andere gegeerde piste is natuurlijk een invasie van malafide buitenaardse wezens, al is volgens kosmoloog Carl Sagan de kans groter dat intelligent leven dat ons weet te bereiken goedaardig is (met de antropogene scenario’s in het achterhoofd kan je al raden waarom). Aangezien de informatie die buitenaards leven van ons heeft afkomstig moet zijn van ontsnapte telecommunicatiegolven, is nog volgens Sagan het eerste wat aliens van ons vernemen wellicht de toespraak van Hitler bij de opening van de Olympische Spelen in Berlijn (1936). Stroeykens voegt passend toe: “Er wordt weleens gegrapt dat dat de reden is waarom we nog niets van aliens vernomen hebben – het zou natuurlijk ook kunnen dat ze geen antwoord sturen, maar meteen de verdelgingsdienst.” Of we leven Matrix-gewijs nu al in een hun begunstigende simulatie die ze gewoonweg kunnen uitschakelen…

Met dit boek levert Stroeykens, die duidelijk weet wat volledigheid en grondig schrijven is, met andere woorden een mooi overzicht van het menselijke einde-van-de-mensheid-denken, voorzien van duidelijk gemotiveerde passages, legio referenties, kritische beschouwingen, en een ruime kijk en kennis. Toch vermoed ik dat sommige lezers kunnen afknappen bij het overmatige detail dat als keerzijde van de vlotte pen een aantal keren durft voor te komen, vooral dan wanneer het gaat over fysische processen. Als fysicus houdt de auteur het evenwicht met andere beschrijvingen niet altijd in balans. Daarnaast maakt het behandelen van verschillende geloofsgebaseerde scenario’s, kalender-interpretaties, en Nostradamus-voorspellingen het boek misschien wel aantrekkelijker voor niet-wetenschappelijke lezers, maar deze vormen minder een boodschap voor een no nonsense publiek. I Ik kan me dan ook niet helemaal van de idee ontdoen dat ook Stroeykens wil meesurfen op een eeuwenoude populariteitsgolf, al is dat dan bij de meer rationele mens, bij wie hij de onderdrukte drang tot doemdenken toch wil aanspreken. Hij erkent namelijk dat religieuze motieven in ons geseculariseerde wereldbeeld in onbruik geraken, maar geeft onmiddellijk mee dat er voldoende wetenschappelijk onderbouwde alternatieven in de plaats komen voor wie een snel einde wil blijven prediken. Het feit dat angst voor het einde nog steeds al dan niet verdrongen in onze natuur zit, blijft onderbelicht. Enige discussie daarvan zou een mooie meerwaarde zijn geweest voor deze toch al zeer brede verhandeling.

 

Arno Keppens