Gewone Helden. Een kleine ethiek van het vrijwilligerswerk.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Katrien Schaubroeck.
Uitgeverij: 
Acco Leuven/ Den Haag, 2016
ISBN: 
978 94 6292 766 7

De schrijfster werkte ooit aan een proefschrift met de vraag: “Wat zijn de redenen die iemand kan hebben om iets te doen?” Ze concludeerde dat die redenen teruggaan op datgene waar ze om geven – en dat kunnen vele dingen zijn. Voor haar was dat niet enkel zichzelf maar ook anderen helpen, wat in haar geval “Domo” (in Leuven) bleek te zijn. Daar biedt men opvoedingsondersteuning bij kwetsbare en kansarme gezinnen met kinderen jonger dan 12 jaar oud, waarvan nu de 25ste verjaardag werd gevierd - vandaar dit boek. Maar ze besefte natuurlijk dat er nog honderden andere vrijwilligersverenigingen bestaan. En die vrijwilligers zijn het onderwerp geworden van dit boek, want Katrien Schaubroek wil hen juist begrijpen, motiveren en aanmoedigen. En ze is ervan overtuigd dat filosofische reflectie daarbij kan helpen.

Die “vrijwilligers” zijn trouwens niet zomaar een onbeduidend groepje, want volgens de Koning Boudewijnstichting gaat het zomaar eventjes over 1.166.000 Belgen (12,5% van de bevolking) van 15 jaar en ouder, uit alle leeftijden, geslachten en sociaal-economische klassen afkomstig. Al deze mensen doen aan vrijwilligerswerk, en dat komt neer op meerdere honderden uren per jaar, gemiddeld tenminste 4 uur per week, waarbij de betrokkenen actief zijn in een brede waaier van het maatschappelijk spectrum: sport, cultuur, dienstverlening, onderwijs, onderzoek, jeugdwerk, organisaties die rechten en belangen verdedigen,… Echter: deze vrijwilligers komen maar uiterst dunnetjes in het “nieuws” en “de belangstelling”, al zijn ze een belangrijk onderdeel van onze maatschappij.

Dergelijk belangrijk fenomeen werd al vaak onderzocht. In de sociologie bijvoorbeeld en door psychologen die willen weten of altruïsme werkelijk bestaat. Maar veel minder door moraalfilosofen, die zich bij elk studieobject bezig houden met de vragen: “Is dit goed? Is dit waardevol? Moeten we het doen?”

Vrijwilligerswerk is natuurlijk een duidelijk voorbeeld van iets dat we als waardevol aanzien. Maar wàt maakt vrijwilligerswerk dan precies waardevol, “goed”?

Te denken:
- in de sociaal-morele zin (de morele waarde)
- voor de samenleving (sociaal belang)
- voor het welbevinden (persoonlijk geluk)
Dit zijn dan ook de vragen die in de drie hoofdstukken van dit boek aan bod komen.

Eerst even nagaan waarover we het hebben: een bepaling van vrijwilligerswerk bestaat. Volgens de Belgische wetgever is het “niet-betaalde arbeid gericht op het welzijn van anderen en verbonden aan een vrijwilligersorganisatie of vereniging”. Voor dit onderzoek is deze juridische definitie belangrijk omdat je anders natuurlijk terecht komt in een zee van mogelijke altruïstische handelingen (gras maaien voor de buurman, je kinderen helpen bij hun huistaak, …).

Als echte moralist twijfelt de schrijfster er aan of moraal wel zo belangrijk is en of zij wel het gezag mag opeisen om te oordelen over anderen - in dit geval over vrijwilligers en hun inzet. Haar bedoeling is niet (in de eerste plaats) mensen aanzetten tot het opnemen van vrijwilligerswerk maar wel een intrigerend distinctief menselijk fenomeen begrijpen.. Ze onderzoekt daarom de zwakke plekken (“de vernauwende blik”) van het utilitarisme. Niet alles wat de mens doet is ingegeven door egoïsme, zoals bijvoorbeeld de evolutietheorie lijkt aan te wijzen. De houding van een vrijwilliger is een zorgzame houding die het welzijn van anderen voor ogen heeft. Kan je echter ook weten of een altruïstische daad ook effectief is? Hoe kan je weten dat bepaalde waarden hoger staan dan anderen? Hoe kan je een moreel hoogstaande daad definiëren in termen van het product dat deze levert? Focussen op efficiëntie is gewoon niet wenselijk. Natuurlijk bestaat niet-verplichte morele goedheid en zijn vrijwilligers “gewone helden”. Belangrijk is de houding die spreekt uit hun werk, niet de resultaten;

Nog enkele vragen die er toe doen:

Kan je wel beweren dat vrijwilligerswerk de sociale cohesie bevordert in hert licht van Hobbes en zijn theorie van zelfbehoud (homo homini lupus)? Van Rawls’ rechtvaardige, verdraagzame samenleving en Nussbaum’s “attachment theory” en liefde (die ze niet omschrijft) als politieke emotie?

Hoe contextualiseer je autonome, vrijwillige hulpverlening in een neoliberale maatschappij zoals België met zijn door de overheid gesubsidieerde, georganiseerde professionele hulpverlening? De verschillen zijn inderdaad talrijk maar perfect te correleren en best te vergelijken met ouderliefde maar dan beter: “Vriendschap in vriendschap”, met wederzijdse zorgzaamheid. Vrijwilligerswerk verhoogt het sociaal kapitaal van de samenleving

Bevordert vrijwilligerswerk het persoonlijk welbevinden? “Geluk” komt neer op betekenisvol leven en dat is voor iedereen wat anders. Belangrijk is dus dat vrijwilligerswerk ook écht vrijwillig is en ongedwongen wordt opgenomen; de relatie van zorgen en zorg toelaten, waarbij mensen zich voor elkaar openstellen en door elkaar geraakt worden. Dan hebben we geluk, in de dubbele zin van het woord.

Vrijwilligerswerk is dus “goed”, in de vooropgestelde driedubbele betekenis: het is moreel goed, het is sociaal waardevol én het draagt bij tot persoonlijk welzijn.

Dit is een boek(je) (van 157 pagina’s) dat vanuit een eerder theoretische inslag toch de warmte en genegenheid uitstraalt die vrijwilligerswerk verdient.

 

V De Raeymaeker