Geschiedenis van het Amerikaanse volk.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Howard Zinn
Uitgeverij: 
EPO, 2017
ISBN: 
978 94 6267 1133

Howard Zinn is de zoon van Joodse immigranten die voor de eerste wereldoorlog vanuit Oostenrijk- Hongarije naar de Verenigde Staten trokken. Zijn ouders waren fabrieksarbeiders die amper het hoofd boven water konden houden en frequent moesten verhuizen om aan schuldeisers en huisbazen te ontsnappen. Het is een periode in de geschiedenis van de nog jonge staat dat in Amerika de vakbonden groeien en alles lijkt te evolueren naar een sociaal systeem. Een sociale revolutie die leek te lukken en in volle elan was. Als jonge man maakte Howard kennis met jonge communisten uit zijn wijk in een periode dat er in de V.S. een stevige linkse beweging bestond. Hij ging een “jaar werken op een scheepswerf”. Tijdens een burgerrechtenbetoging werd hij neergeknuppeld door een politieman - wat een diepe indruk op hem maakte. In 1943 nam hij dienst bij de luchtmacht “om de fascisten te gaan bevechten” zoals het toen luidde. In zijn hoedanigheid van bommenrichter gooide hij vanuit zijn B-17 bommen op Royan, nabij Bordeaux en later op de Skoda fabriek in Pilzen. Het leger ging zeer niet-discriminerend te werk. In Pilzen werden 500 “well placed tons” gedropt en in Royan stierven meer dan 1000 burgers “en niet - zoals het officieel luidde - slechts 5, zoals hij later ter plekke kon vaststellen en waarover hij een boek schreef. Hij voelde zich niet enkel schuldig: zijn bommen hadden niet zomaar militaire doelen vernietigd, maar ook gewone, onschuldige mannen, vrouwen en kinderen. En hij besefte dat de legerleiding en de Amerikaanse regering en de president leugens verkondigden en de wereld instuurden. Hij zond dan ook zijn ontvangen medailles terug naar Washington.

Zinn moet vaststellen dat wat hij op school leerde over de geschiedenis van de V.S. totaal niet strookt met zijn eigen ervaringen en met de werkelijkheid. Hij begint ook te beseffen dat die geschiedschrijving niet zomaar toevallig en lucratief nationalistisch is, dat er niet toevallig zekere feiten vergeten worden, maar dat er opzettelijk een vertekend beeld gegeven wordt van “this great nation”, dat de kansen die iedere Amerikaan heeft om de “American dream” waar te maken uiterst klein zijn en enkel bestemd voor een kleine elite, mensen uit de (reeds) gegoede burgerij. Hij beseft dat het kapitalisme niet zomaar ontstaan is, niet natuurlijk gegroeid uit omstandigheden, maar werkelijk door een kleine groep rijken nuchter bedacht en gepland om de macht in handen te krijgen én te houden. Het begint al bij het feit dat de grondwet niet opgesteld werd door ”wij, het volk van de V.S.,” maar door een groep van 55 blanke mannen (“privileged whites“) die beseften dat ze een sterke centrale regering nodig hebben om hun klassenbelangen te beveiligen. Wat overigens tot op vandaag nog altijd zo is: iédere regering staat telkens weer ten dienste van de rijken en machtigen, onafgezien van welke partij of welke president de plak zwaait. En “onze economie” is natuurlijk de economie van die groep, die 1% superrijken, en niét van die 50 miljoen Amerikanen die moeten vechten voor hun dagelijks bestaan.”

Op grond van zijn legerdienst kan Zinn gebruikmaken van de “G.I. Bill“ die hem de gelegenheid geeft te studeren. Hij kiest (natuurlijk) geschiedenis en behaalt zijn B.A. aan de New York University en behaalt later zijn diploma’s aan de Columbia Universiteit.

In 1956 begint hij zelfs met lesgeven. Hij wordt lid en bestuurder van een “Student Nonviolent Coordinating Committee” (SNCC, organisatie in het kader van de Afro-Amerikaanse Burgerrechtenbeweging, nvdr) en engageert zich in de burgerrechtenbeweging die zich tien jaar lang verzet tegen de oorlog in Vietnam. Als hij met zijn studenten deelneemt aan de Civil Rights Marches krijgt hij de bons wegens “insubordinatie.” Hij stelt luidop en volhardend de rechtvaardiging in vraag van de militaire operaties die massaal slachtoffers onder de burgerbevolking veroorzaken en klaagt de misdaden aan begaan door Amerikaanse legereenheden.

Hij schrijft uiteindelijk ‘A people’s History of the United States’ (1980), de neerslag van zijn cursussen en jaren optreden als spreker: een boek waarvan wereldwijd 2,5 miljoen exemplaren verkocht werden en waarvan de verkoop zelfs nu jaarlijks nog zo’n 100.000 exemplaren bedraagt.
Als hem verweten wordt dat hij niet neutraal is, dat hij geen onbevooroordeeld boek geschreven heeft - zoals dat een echte geschiedschrijver betaamt - beaamt hij dat volmondig. Hij wil niet zomaar “feiten” geven, maar vooringenomen schrijven, vanuit het standpunt van de onderdrukten, diegenen die afgeslacht werden. Hij heeft over – bijvoorbeeld - het onnodig platleggen van steden zoals Dresden, Royan, Tokyo, Hiroshima en Nagasaki in WOII, Hanoi gedurende de Vietnamoorlog en Bagdad tijdens de oorlog in Irak; of over de afslachting van burgers gedurende de bombardementen in Afghanistan ten tijde van de oorlog daar. Het werk groeit uit tot een boek van een 850-tal bladzijden, dat de (blanke) geschiedenis van de Verenigde Staten overloopt, vanaf de landing van Columbus tot op heden. Hij brengt niet enkel het “verhaal”, het “relaas” en de feiten, maar stoffeert dit met teksten, documenten, toespraken, cijfers, essays, verwijzingen, kaarten, beelden, vergelijkingen, gedichten en liedteksten, brieven, wetteksten en verslagen. In zijn pamflet ‘Hiroshima: De stilte verbroken’, geschreven in 1995, stelt hij het feit aan de kaak dat burgers bewust uitgezocht worden als doelwit van luchtbombardementen.
Hij schrijft dit boek omdat we vanuit dat verleden zouden eren dat we politieke leiders, ministers, presidenten, zogezegde wetenschappers en experten niet zomaar moeten geloven als ze spreken over het “nationale belang”, “nationale veiligheid”, of “de verdediging van de individuele vrijheid” of “de verdediging van de onderdrukte bevolking” de” bevordering van de democratie”, “Amerikaanse levens en belangen beschermen” (want Amerikaans levens zijn natuurlijk meer waard dan “gewone” levens en Amerikaanse belangen primeren over alle “gewone” waarden en morele consideraties). De geschiedenis toont aan dat alle opeenvolgende regeringen en het bestuursapparaat manipuleerden, logen, bedrogen, hun woord braken.

Het Amerika van de groei is gestoeld op omkoping, steekpenningen, wetgeving die aangepast wordt of gemaakt wordt in dienst van superrijke ondernemers zoals Morgan of Rockefeller. De mythe van “gate of riches” waar iedere Amerikaan door kan en rijk worden als hij dat maar wil en er hard voor werkt, is een mythe. “Corporations” worden gelijkgesteld aan personen en krijgen dezelfde rechten…. Sociale omwentelingen en linkse golven worden opgevangen door een opzettelijk en vals nationalisme, “ingehamerd met eden van trouw, nationale hymnen, vaandelgezwaai en hoogdravende toespraken” “Electoral politics”, de politieke kracht van het tweepartijensysteem en verkiezingen die mensen bezig houden, op een zijpad brengen en altijd weer mensen aan de macht brengen die dienen als decor waarachter de echte machthebbers zich schuilhouden en de touwtjes in handen houden…
Zinn toont dit opnieuw en opnieuw aan doorheen de geschiedenis van de Indianen (“De big father die almaar zegt, ga maar wat verder want we gaan op jullie trappen”) en de geschiedenis van het racisme met de onderdrukking van de “zwarten”, de vrouwen en de vakbonden.

Oorlogen worden gepland met kennis van het te bezetten land en met berekening van winst, aanwezige grondstoffen en het te consumeren oorlogsmateriaal. Doorheen 103 interventies in het buitenland bouwen de V.S een “keizerrijk” uit, maar ze zijn buitengewoon verontwaardigd als iemand ze imperialisten durft te noemen (en ze vragen zich dan gekwetst af waarom ze zo gehaat worden).  Dit allemaal met als voedingsbodem de bezetenheid van geld en winst. “Onderconsumptie” thuis heet dat dan. Met andere woorden “overproductie” van een massa dingen die de op hol geslagen economie uitspuwt en die ze dan kwijt moeten in het buitenland. Wat hen nog lukt ook, door het buitenland te dwingen tot “vrije” handel, onder bedreiging van oorlogsschepen (dit is bijvoorbeeld het geval bij Japan, dat op die manier verplicht werd zijn grenzen te openen) of van bezetting van de geviseerde landen en van… oorlog natuurlijk. Want Amerika kan best regelmatig een goede oorlog gebruiken, zoals Roosevelt dat uitdrukte. 

Dit is een boek dat uiterst pijnlijk is om te lezen, omdat je toch ook ooit geloofde in het idealistische Amerika, de goede “uncle Sam”, de drager van de vrijheden van de Verlichting en de Verklaring van de Rechten van de Mens.

Van dat geloof blijft weinig tot niets over na 850 pagina’s waarheden als hamerslagen.

 

V De Raeymaeker

 

http://www.epo.be/HVV/

Ledenprijs €19,90