De zinnen van het leven. Of de kunst van het verstaan. In de reeks Humanismen

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Marc Van den Bossche
Uitgeverij: 
VUB Press, 2017
ISBN: 
9789057816370

Het gebeurt wel vaker dat ik een boek tweemaal lees. Omdat ik het goed vond. Maar dan zit er dus wel tijd tussen. Toen dit boek uit was, ben ik er onmiddellijk opnieuw in begonnen om het beter te begrijpen teneinde het te kunnen bespreken.

De schrijver start zélf met de mededeling dat hij geen makkelijk boek wou schrijven, ook geen boek dat voor slechts weinigen toegankelijk zou zijn. Het vraagt in ieder geval van de lezer een grote interesse in wijsgerige vraagstukken. De eerste hoofdstukken zijn dus absoluut filosofisch. En voornamelijk een betoog tegen het cartesianisme zoals dat onze Westerse traditie eeuwenlang heeft gedomineerd en nog steeds doet. Marc Van Den Bossche doet dit aan de hand van het niet zo hapklare denken van Martin Heidegger: zijn manier van vraagstellen, hoe hij de mens in de wereld situeert, is volgens de auteur noodzakelijk om de vraag naar zin en betekenis te kunnen stellen.

Naast Heidegger krijg je ook onder andere H-G.Gadamer, John Dewey, John Stuhr, Merleau-Ponty, Mark Johnson en de neuropsychiater Antonio Damasio voorgeschoteld. De auteur pleit ervoor om niet langer vast te houden aan het beeld van geest-zonder-lichaam (dualisme van Descartes) maar om - in navolging van de fenomenologie en recent ook de neurowetenschappen - zich erdoor te laten inspireren dat geest en lichaam geen aparte entiteiten zijn. Ze zijn één: ons brein zit in een lichaam. We treden de wereld niet in eerste instantie tegemoet met zuivere rationele vermogens. Het gevoel komt altijd eerst. Pas na de lichamelijke manifestatie beseffen we dat we bijvoorbeeld bang of boos zijn. Het zijn de emoties die voor de ‘drive’ in ons leven zorgen. Die emoties zijn lichamelijke reacties op stimuli van buitenaf en daaruit komen gevoelens voort.

De laatste hoofdstukken gaan over het streven naar authenticiteit, maar benadrukken onze absolute verbondenheid met het sociale en het culturele. Wat dus zeker niet uit het oog verloren mag worden, is dat de zoektocht naar zin en betekenis geen solitaire bezigheid is - ook de ander speelt een rol. De auteur wijst er terecht op dat een samenleving die onze gevoeligheden verwaarloost, doordesemd raakt met gevoelens van onbehagen, angst en wanhoop. Onze queeste naar zin en betekenis begint en eindigt tenslotte vanuit het hebben van creatief werk, bewustzijn van mysterie en schoonheid, geluk, vriendschap, liefde en nog het meest hoop.

Ik heb wel wat geleerd uit dit boek, want deze ‘down-to-earth’ visie is meer dan waarschijnlijk ook de juiste. Maar ik vind tevens mijn weg niet in dit boek: de auteur valt in herhaling en hier en daar krijg ik een ‘wollig’ gevoel. Lichaam en geest zijn niet gescheiden - ik volg volledig - maar naar mijn gevoel had de auteur in dit tenslotte toch grotendeels wetenschappelijk geïnspireerd werk uitgegeven door VUBPRESS, zijn toch wel zeer persoonlijke ervaringen om allerlei redenen beter wél gescheiden gehouden van zijn verder zeer verdienstelijke bijdrage om er ons op te wijzen waar het in het leven eigenlijk om gaat. Jammer dat de uitgever hem daar blijkbaar niet op gewezen heeft.   Bovendien denk ik dat wie dit boek leest, uit zichzelf al een zekere aanleg heeft om het leven optimaal te beleven. Zij hebben net alle tools in handen om een betekenisvolle draai aan het bestaan te geven. De minder gefortuneerden zullen het net niét lezen. Net zoals de schrijver het niet had geschreven - zoals hij zelf meedeelt- als hij niet “op een wolk had gezeten”. Hij beseft zélf evenwel ook heel goed dat de drie belangrijke componenten - liefde, werk en spe l- niet voor iedereen in dezelfde mate aanwezig zijn. Marc Van Den Bossche heeft goeie kaarten gekregen. 

Een beetje opzoekingswerk leert me dat de auteur ook in zijn vorige boek dit thema - dat we in de eerste plaats lichamelijk en emotionele wezens zijn - heeft bestudeerd. Waarbij hij eveneens zijn persoonlijk leven, met name zijn verdriet en het verwerken van de dood van zijn partner, verweeft. Ik heb dit boek, ‘Leven na de dood. Dagboek van een rouwproces’ (2014), niet gelezen. Ongetwijfeld zal dit voor lotgenoten troostend en inspirerend zijn . Marc Van Den Bossche blijkt ook een fervent fietser te zijn. Zijn ervaringen met deze sport, die hij hier eveneens koppelt aan de emoties van ons lichaam die het denken voorafgaan, heeft hij eerder verwerkt in het boek ‘Wielrennen’ (2010).

Kortom: het is blijkbaar het handelsmerk van de VUB-professor om boeken te schrijven waarin hij zijn persoonlijke ervaringen als kapstok gebruikt. Voor de liefhebbers ervan is het zonder twijfel geen tijdverlies ze te lezen.

 

Sophia De Wolf