De Zijderoutes. Een nieuwe wereldgeschiedenis.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Peter Frankopan
Uitgeverij: 
Spectrum, 2017
ISBN: 
978 90 00 31570 0

‘De Zijderoutes’ van Peter Frankopan is al de twaalfde (Nederlandstalige) druk voorbij, werd vertaald in meer dan 15 talen en is een internationale bestseller. Wel opvallend: een kanjer van een “serieus” geschiedenisboek (750 pagina’s) dat – de zoveelste in een rij - beweert een “nieuwe wereldgeschiedenis“ te zijn. Dat niettegenstaande de weinig belovende titel, want er zijn al zoveel boeken verschenen over de Zijderoute en we hebben al zoveel programma’s op televisie kunnen zien die ons de impact van die handelsweg duidelijk maakten. Maar Peter Frankopan heeft het niet over De Zijderoute of één zijderoute, maar over 25 ”zijderoutes” die elk een fase in de geschiedenis weergeven. (zoals “De route naar de revolutie” en “De route naar eendracht” die de opkomst van Mohammed en de zegetocht van de Islam beschrijven of “De route naar de botsing van de supermachten” de koude oorlog, enz.)

Op school leren we een geschiedenis vanuit een Eurocentrische kijk: “wij” als erfgenamen van het duizendjarig Romeinse Rijk en langs hen om van een glorierijke Griekse beschaving en “wij” die nu net die landen zijn die de laatste 300 jaar de geschiedenis bepaalden. We kijken met een zeker triomfalisme naar de rest van de wereld, want alles wat “goed” is, komt van bij ons: de klassieke wereld, de Verlichting, gendergelijkheid, de Rechten van de Mens, de democratie en het geschenk van de welvaart. We sluiten door deze myopische visie (die Frankopan “de dwangbuis van de geschiedenis” noemt) gewoonweg 80% van de wereld uit .Slechts zeer recent beginnen we ons bewust te worden van de keerzijde van die welvaart en de wereldwijde pollutie als gevolg daarvan, en van het feit dat we beginnen vragen te stellen bij een democratie die in haar huidige vorm niet goed werkt.     

Het centrum van de wereld bestaat buiten onze horizonten en ligt eigenlijk ergens anders, betoogt Frankopan. Het centrum van de wereld lag al altijd  in Centraal Azië met Irak, Iran, Afghanistan, Turkmenistan, Uzbekistan, en romantisch klinkende steden zoals Samarkand, Herat, Khiva, Mer, Mosoel, Baghdad (telt 1,2 tot 1,5 miljoen inwoners) en Kaboel die ooit de grootste centra waren van leren en kennis. West-Europa was in de geschiedenis altijd gewoon een oninteressante uithoek waar niets gebeurde. Alexander De Grote trok niet op veroveringstocht naar West-Europa maar naar het Oosten, want daar lag het centrum van de macht, rijkdom, cultuur. West-Europa was achterlijk en onbelangrijk tot het opgenomen werd in het Romeinse Rijk en zelfs dat Romeinse Rijk werd maar een keizerrijk toen het de “graanschuur” Egypte veroverde. En als je kijkt naar een kaart van het Romeinse Rijk, ligt ook dan nog het grootste deel in het oosten. Keizer Constantijn wist dat zeer goed, toen hij de hoofdstad van zijn rijk naar het oosten verplaatste en Constantinopel liet bouwen. Na het ineenstorten van het West-Romeinse Rijk tot 1066 spraken we over Europa met de term “Dark Ages” en gebeurt er daar eigenlijk niets tussen 0 en 1300. Het enige wat Europa te koop kon aanbieden waren mensen, slaven. De Vikings wisten dit, en vermits ze slim en grondig gestructureerd waren, zetten ze een lucratief slavenhandeltje op. Slaven waren zeer gegeerd in het Midden-Oosten en er waren goede prijzen voor te krijgen op de slavenmarkten in heel Centraal-Europa. Getuige van die bloeiende handel zijn de naar schatting 10 miljoen tot 100 miljoen muntstukken die men al opdiepte of die nog begraven liggen op de Viking- routes (verborgen voor de veiligheid en om weer op te graven op de terugweg). Slaven kwamen niet enkel vanuit het Noorden maar ook vanuit Sub-Sahara Afrika, Centraal-Azië, (“De Turkse slaven zijn de beste”) en hun verkoop betaalde voor de import van zijden stoffen, specerijen, luxeartikelen. Langs de zijderoutes kwamen niet enkel luxeproducten in onze richting, maar er was ook verkeer andersom en – zeer belangrijk - niet alleen goederen, maar ook genen, godsdiensten, talen (grote taalgroepen die met elkaar botsten), ideeën, uitvindingen, theologische begrippen over goden, culten, priesters die botsten met plaatselijke heersers. De handel zette de poorten wijd open voor het geloof vanuit Noord-Indië, steeds sneller.

Zo is bijvoorbeeld ook het Christendom niet Europees maar ontstond en bloeide eerst in Azië en pas dan in Europa. Tot 1300 waren er meer christenen in Azië dan in Europa. Er was een bisschop in China voor er één was in Engeland. Alle grote religies ontstonden trouwens ook daar: Boeddhisme, Indische religies zoals Hindoeïsme, Jaïnisme, godsdiensten uit Perzië zoals Zoroastrisme en Manicheïsme, het Christendom, het Judaïsme en later de Islam. Prachtig hierbij is hoe de schrijver de verspreiding van het Boeddhisme verhaalt, het eenvoudige Boeddhisme dat gewoon een kwestie was van een weg vinden van lijden naar Nirvana via het achtvoudige pad en enkel een spirituele, metafysische, individuele reis was zonder de franjes van een religie; maar dan moet het op die Zijderoute gaan concurreren met andere godsdiensten met meer tastbare en visuele praktijken - met schelpen, gongs, guitaren en symbolen, Boeddhabeeldjes, om het boeddhisme “zichtbaar” te maken. Opmerkelijk ook hoe er tussen de verschillende godsdiensten kruisbestuiving ontstond, zichtbaar bijvoorbeeld in het aureool dat de hoofden van goden en heilige mannen versiert - zo zou de Mahabharata de Iliad beïnvloed hebben en omgekeerd. De Islam zal later ook veel lenen van Judaïsme en Christendom en – tenminste in de vroeg Islamitische wereld - zeer tolerant en respectvol zijn voor andere religies vooral die van “het boek” (Jezus is god, Maria moeder van God, enz.) Ook ziektes, trouwens, zoals de pest. In tegenstelling tot de algemeen verspreide ideeën over de pest die een derde van de bevolking elimineerde met ongekende nefaste gevolgen, stelt Frankopan dat de zwarte dood goed was voor het ontstaan van Europa, want plots waren er minder mensen die over hetzelfde kapitaal beschikten en ook minder werkkrachten, dus gingen de lonen omhoog en waren er meer (rijkere) mensen die geld konden uitgeven, wat de industrie en handel stimuleerde.

Dat verschuiven van de uitkijkpost van de geschiedenis naar het Oosten toe levert ongewoon boeiende geschiedenis op – zoals een verandering van invalshoek dat altijd doet. Frankopan doet dit ongewoon knap: hij graaft diep in archieven, haalt teksten aan - niet alleen uit boeken, maar ook uit brieven, rekeningen, reisverslagen. Hij schrijft deze kanjer van een boek alsof het om een reisverslag zou gaan, weet hoe hij scherpe syntheses moet maken van grote hoeveelheden informatie en gebruikt zijn ongelooflijke kennis. Hij schrijft met de vaart van een spannende roman een monumentaal, ambitieus boek van 2000 jaar geschiedenis vol fascinerende details, grondig onderzocht en erg leesbaar. Hij illustreert met anekdotes en schrijft niet met een geschiedkundig-geleerd jargon maar in gewone “moderne” taal. Enkel al dit feit werpt een heel ander licht, zelfs op meer algemeen “gekende” stukjes geschiedenis. Zo wisselt keizer Constantijn brieven met de Perzische heerser waarin hij aanbiedt “de Christenen in uw rijk“ te beschermen. Met als resultaat dat ze nu beschouwd worden als een vijfde colonne, vervolgd en uiteindelijk uitgeroeid worden. Als Cyrus de Grote gedood wordt, terwijl hij de Scythen wil onderwerpen, werd zijn hoofd afgehakt en rondgedragen in een zak van huid, vol bloed “zodat de dorst naar macht die hem leidde nu gelest kon worden.”

De schrijver “beweert” ook nooit zo maar wat, maar staaft altijd – niet enkel vanuit andere geschiedenisboeken maar met teksten, opzoekingen, recente vondsten, documenten, verslagen. Zo geeft hij duidelijke redenen waarom de islam zich zo bliksemsnel kon verspreiden, wat in de meeste traditionele geschiedenisboeken gewoon als een verbazingwekkend feit beschouwd wordt. Het kwam in de eerste plaats goed uit dat Perzië op het juiste moment ineenstortte. Dan was er het geniale leiderschap van Mohammed die langer zou geleefd hebben dan volgens de traditionele islamitische opvattingen (632) en het zou het Mohammed zélf zijn die de legers tot voor de poorten van Jeruzalem voerde. Van doorslaggevend belang zouden wel eens de regels voor de verdeling van de oorlogsbuit kunnen zijn geweest: de van niet-gelovigen afgepakte goederen mochten door de godvruchtigen worden behouden maar diegenen die zich al in een vroeger stadium hadden bekeerd tot de islam werden verhoudingsgewijs beter beloond met een deel van de buit via een systeem dat in feite neerkwam op een piramidespel. Wat niet wil zeggen dat ook nieuwe gelovigen niet tuk waren op de vruchten van de successen. Een uiterst effectief systeem dat de drijvende kracht achter de expansie was. Andere redenen zijn tolerantie en gezond verstand. Zoals tijdens de expansie van het Perzische Rijk mochten lokale besturen gewoon blijven bestaan, zolang ze maar belasting betaalden. Er waren zoveel overeenkomsten tussen christendom en islam, dat dit niet moeilijk was. De islamitische legers gaven blijk van goed gedrag: (volgens een Christelijke waarnemer) “ze blijven ’s nachts op om te bidden, overdag leven ze sober, ze schrijven het goede voor en verbieden het foute”; volgens de regels van de Koran werden de “mensen van het boek” (Joden en Christenen) gerespecteerd. Steden capituleren dikwijls nadat er een akkoord gesloten werd met de bisschop(pen) waarin bepaald werd dat de kerken zouden openblijven en de christelijke bevolking verder haar eigen boontjes mocht blijven doppen (wat er dus in praktijk op neerkwam dat men belastingen moest betalen aan de nieuwe heersers in plaats van aan Constantinopel). Het gezag van de islam in de veroverde gebieden bleef dus onnadrukkelijk en zelfs onopvallend. Garnizoenen werden een eind buiten de stad gelegerd, in een aantal gevallen werden er nieuwe steden voor de moslims gesticht. In Noord-Afrika, Egypte en Palestina werden nieuwe kerken gebouwd, het “oude” rechtssysteem bleef grotendeels intact, dezelfde munten bleven nog tientallen jaren in gebruik. Zoals de Perzen hadden de moslims een geordende wereld in bezit genomen die bovendien honderden steden vol “consumenten” telde - mensen die belastingen betaalden. De verdere opmars van de Islam in Centraal-Azië werd zeer vergemakkelijkt door de chaos in het steppengebied, er heerste een hongernood en een groot deel van de veestapel was gestorven. De moslims kregen de beschikking over een uitgebreid netwerk van handels- en verbindingswegen en de welvaart in het centrum van Azië was werkelijk verbluffend.

In de tweede helft van het boek komen we toch weer overwegend in “onze” bekende “gewone” geschiedenis terecht, want met Vasco Da Gama en Columbus verschuift het zwaartepunt en centrum van de wereld voor het eerst van Oost naar West, oorspronkelijk door de ongelooflijke stroom van rijkdommen die Spanjaarden (en Portugezen) naar Europa lieten vloeien om op die manier luxeproducten te kunnen kopen in Centraal-Azië. (opmerkelijk daarbij hoe de paus beslist de wereldzeeën te verdelen tussen deze twee landen). Om de stroom van goud en geld te illustreren: de Taj Mahal werd gebouwd met Zuid-Amerikaans goud. Frappant daarbij is dat sinds 1200 de Europese ervaring er één is van nooit aflatende oorlogsvoering, geweld, hebzucht, roof (altijd onder het voorwendsel van heidenen die bekeerd moeten worden tot het ware Christendom) - een nooit aflatende zoektocht naar rijkdommen, goud, zilver, parels waarvoor je mag bedriegen, moorden, uitroeien, landen open stellen voor “vrije handel” met de wapens, landen inpalmen, bevolkingen onderdrukken. Een ontluisterend stuk geschiedenis van het Westen waarmee we min of meer vertrouwd waren, maar die Frankopan met een soort strijdvaardige verontwaardiging scherp stelt, door de geschiedenis ook vanuit Rusland, Turkije, het Midden- en Verre Oosten te bekijken, wat een totaal ander soort geschiedenis tot gevolg heeft dan de anomalieën en gewilde geschiedkundige vervalsing door het Westen. Een vervalsing die hij met de vinger wijst evenals de blindheid – of juister - de onrechtvaardige moedwilligheid waarmee de overwinnaars van het Westen de rest van de wereld  behandelen. Waarbij je ook niet anders kunt dan je afvragen waarom Europeanen (en Amerikanen) alle geschillen willen oplossen met geweld.

De auteur weet zόveel en haalt een massa aan details aan waartussen hij dan ook nog eens verbanden legt, velt zeer nuchtere oordelen over het achterliggende, drijvende kapitalisme en komt zo tot opmerkelijk “andere” conclusies. De vraag of je zoveel talent en kennis wel mag vertrouwen, is gemakkelijk te toetsen door de enkele bladzijden te lezen in ‘De route naar Noord- Europa’ waarin Frankopan onder andere de 80-jarige oorlog en de opkomst van “De Republiek der zeven Verenigde Nederlanden” beschrijft - die natie van kooplui en handelaars die zich samenvoegden in privé compagnieën om handel te gaan drijven in India: de Verenigde Oostindische compagnie. Op enkele bladzijden beschrijft hij daar zo accuraat die geschiedenis, weet Brugge, Gent, Antwerpen en Amsterdam in de juiste context te vermelden - die bloeiende zeventiende eeuw en de ontelbare schilderijen die voor de rijke burgerij geschilderd werden, en hij vernoemt zelfs Anna Bijns met naam, waardoor je als Vlaming en Nederlander geneigd bent ook de rest van het boek als “waar en juist ” aan te nemen…

Conclusie: een merkwaardig boek dat je kijk op de geschiedenis grondig verandert.

 

V De Raeymaeker