De Geest uit de fles. Hoe de moderne mens werd wie hij is.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Ger Groot
Uitgeverij: 
Lemniscaat, 2017
ISBN: 
978 90 477 0943 5

Dit boek vertelt een filosofisch verhaal en wil vraagtekens plaatsen bij veel van de denkbeelden die we over onszelf (de mens) hebben. We zijn individuen met onvervreemdbare rechten, die het lot in eigen handen willen nemen. We denken dat we rationele wezens zijn en toch bepalen onze gevoelens en ambities méér dan we denken. We zijn gelijkwaardig (aan anderen) en toch uniek. We zijn een geëvolueerde diersoort, maar de wetenschappen leren ons dat we ingewikkelde machines zijn. En vooral, we blijven ons afvragen wat we zijn, waarom we zijn en wat onze bestemming is.

Ger Groot gaat dus het spoor van deze ideeën zoeken, maar vermits het denken in een soort stroomversnelling geraakt is in de laatste vier eeuwen en het soort mens dat we daarvoor waren grondig veranderd is, wil hij zich op deze periode concentreren. Want geschiedkundig is het natuurlijk een revolutie geweest, wat er gebeurde met dat gelovige wezen van de Christelijke middeleeuwen dat door de systematische twijfel van Descartes zich gaan losmaken is van de religie; dat veranderde in een individu die ook de goddelijke soevereiniteit en dat andere hemelse deugden ziet te niet gaan als de top van de machtspiramide letterlijk valt met het hoofd van Lodewijk XVI dat afgehakt wordt door de guillotine (waardoor de soevereiniteit bij het volk terechtkomt). De wil van één wordt de wil van allen, wat meteen uitmondt in een terreur die haar eigen kinderen opvreet; een terreur die Rousseau probeert te remediëren door de stem van de meerderheid en de “parlementaire democratie” - “dat tamelijk onlogische, provisorische en vvan toeval en tast afhankelijk systeem waarin elk richtpunt verloren is gegaan”.

Het verloop van de evolutie van de filosofie is er van dan af één van een steeds grotere greep op de wereld en op de mens zelf van Descartes tot en met Sartre. Als dan god dood wordt verklaart door Nietzsche, schiet er nog alleen dat schepsel over dat de wereld voor zichzelf is gaan gebruiken. Sartre zegt dat vrijheid onontkoombaar is en vrijheidsontkenning “te kwader trouw” (Enkel al de vrijheid ontkennen bewijst dat we de vrijheid hebben dat te doen.) De mens is dus onontkoombaar verantwoordelijk. De wetenschap leeft nu op de hoop dat ze zo alomvattend gaat worden dat ze gaat toegroeien naar het punt omega van Teilhard de Chardin, dat we voorlopig steeds dichter benaderen zonder het ooit te bereiken want de wetenschappelijke vragen worden opgelost maar dat leidt enkel tot een veelvoud van nieuwe vragen. Misschien zal de wetenschap toch ooit de leeggekomen plaats van god kunnen innemen of misschien vervult de mens toch nog de moderne droom van de god geworden mens. Maar intussen moet de mens voorlopig leven zonder zekerheid- Enkel met het besef dat hij niet de plaatsvervanger van god kan zijn, want hij is een beperkt wezen, feilbaar, kwaadaardig, maar toch de enige, denkende instantie, misschien niet eens vrij.

‘De geest uit de fles’ is een “mooi” boek, dat aangenaam in de hand ligt, met stevige kaft, dik glanspapier, rijkelijk geïllustreerd met kleurenplaten en een knappe layout. Tijdens het lezen wordt het snel duidelijk dat dit boek de neerslag is van een cursus - “ een collegereeks” - die schrijver “jarenlang gegeven heeft aan eerstejaars filosofiestudenten.” Het is een degelijke, volledige cursus filosofie, propvol namen en gebeurtenissen waarin de filosofie soms duidelijk, verhelderend en klaar wordt voorgesteld, met een eenvoudige(ere) uitleg van moeilijke begrippen,… maar dikwijls blijft die uitleg toch wankelen op het randje van het obscure - waarschijnlijk door de noodzaak een ingewikkeld iets op cursusformaat te moeten samenvatten. Een dergelijk boek is natuurlijk enkel met mondjesmaat leesbaar, vooral omdat deze schrijver naar mijn ervaring niet de gave heeft van het boeiend vertellen, maar eerder iemand is die zijn kennis wil meedelen. Gelukkig kent hij de waarde van het anekdotisch detail wel, en komt zo soms met pittige nieuwtjes voor de dag.
Wat het boek veel waardevoller maakt dan “zomaar” een cursus Filosofie, is de overtuiging van schrijver dat filosofie gaat over de werkelijke, concrete, intieme wereld maar dat die wereld zintuiglijk is en in die wereld horen, zien en voelen we. De schrijver legt dan ook merkwaardige verbanden tussen filosofie en kunst, waarbij de kunst soms de filosofie gaat bepalen of waarbij de filosofie een ander licht werpt op de kunst. Filosofie is dus overàl en wordt doods als ze niet gaat over de wereld en de werkelijkheid, over iets concreets. Dus moet het ideale boek (over) filosofie naast een leesboek ook een kijk- en luisterboek zijn, vandaar dit boek met zijn vele foto’s, beelden en zelfs een website (www.degeestuitdefles.com) met video’s en muziek, kunstwerken, literatuur, architectuur, een poppenspel, graffiti, popmuziek, chansons, gedichten, dans, geschiedenis,…. Kunst is niet zomaar iets maar “de centrale motor van de vernieuwing van de maatschappij.”
Daardoor wordt “lezen” ook kijken en zien, luisteren en horen. De onderschriften bij de illustraties zijn soms directer en interessanter dan het onderwerp dat ze illustreren in de cursus.

Enkele voorbeelden van zijn scherpe kijk, de weetjes, denkertjes en pittige details:

- Bij Kant speelt de mens een dubbelrol: kijken en bekeken worden.

- Bij Rousseau is de mens zowel Verlichting als Romantiek. Terug naar de natuur. De mens is goed. Wat zijn weerklank vond tot bij de teenager generatie van de jaren ’50 – ’60 met de hippies en Woodstock.

- Pornografie in de zestiende- zeventiende eeuw bevatte vaak een expliciete boodschap door de liederlijkheid van Kerk en Adel in het licht te stellen.

- Heidegger verkiest poëzie boven de wetenschap, want wetenschap lost de werkelijkheid op in “ lege formuleringen “ waarin niet langer de betekenis van de werkelijkheid wordt uitgesproken.

- Uitleg over de Franse meetkundige tuinarchitectuur: de natuur getemd door de rede.

- De “Sacre du Printemps” van Stravinsky zou de bekroning zijn van een ontwikkeling die met Schopenhauer begonnen was en hoe de “Sacre” pas bekendheid krijgt dank zij “Fantasia” van Disney.

- De Apollo van Belvedere die eind 13e eeuw werd opgegraven, werd pas tijdens de Romantiek tot hoogtepunt van de grote klassieke Griekse kunst verklaard.

- Kunst onder het communisme werd aanvankelijk toch als opvoeding en verrijking van de proletariër beschouwd - een ideaal dat vlug verloren ging en in dienst van de propaganda werd gesteld.

- De jongste dag is volgens de christelijke traditie gewoon het einde van het leven.

- De zo romantische Duitsers zijn sinds de Frans-Duitse oorlog van 1870-‘71 hun “charme” kwijtgespeeld in de ogen van de Fransen die vinden dat ze dus ook op het gebied van het denken een gevaar vormen.

- Een diep geworteld vooroordeel in de cultuur is gebaseerd op tegengestelde (oppositie)–paren omdat ze een inwendige hiërarchie in zich dragen in plaats van gewoon een verschil: hoog (is beter dan) laag, mannelijk (beter dan) vrouwelijk, eigen (beter dan) vreemd, dichtbij (beter dan) veraf.

De auteur omschrijft de geschiedenis van de filosofie als “een verwarrende kakofonie, de één beweert dit de andere beweert dat, tot het tijdperk van het antropoceen waarin het aanzien van de aarde door de mens getekend is. De mens staat wankel en zijn wereld is onbestemd. En het boek eindigt met de laatste woorden die Freud zou geschreven hebben: ”Wie kan de definitieve toekomst voorzien.”

V De Raeymaeker