De donuteconomie.In zeven stappen naar een economie voor de 21ste eeuw.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Kate Raworth
Uitgeverij: 
Nieuw Amsterdam, 2018
ISBN: 
978 90 468 23187

Ongewoon in boeken over de economie, zeker de boeken die de laatste jaren (sedert de financiële crisis van 2008) verschenen: Kate Raworth gaat er stevig en enthousiast tegenaan, eerst tegen dat idee van de oh zo nodige constante en noodzakelijke groei om de economie in leven te houden - dat koekoeksjong van altijd méér, vooruit, voorwaarts en omhoog (groei waarvoor? voor wie? en hoeveel is genoeg?). Daarna maakt ze vrolijk en agressief komaf met de overige mythes van het neoliberalisme dat op een zo nefaste wijze onze economische overtuigingen, het openbaar leven, de waarden, veronderstellingen, hoe we denken en handelen bepaalt. Ze plaatst de mens terug in het centrum van het economisch denken

Raworth oreert begeesterd, want ze heeft iets ontdekt dat haar na jaren van studeren, lezen, zoeken, denken, kritisch zijn zό duidelijk werd, iets dat gewoon moét meedelen. Ze maakt zich vrolijk over de kortzichtigheid van de “grote” economische theoretici en dan vooral de voorlopers van het huidig neoliberaal economisch systeem en hoe die bij het formuleren en vastleggen van hun “leer” grote stukken voor de hand liggende factoren over het hoofd zagen of negeerden - soms eerder moedwillig (want het paste niet in het systeem). Hoe dezelfde grote economisten opzettelijk of onvrijwillig verkeerd gelezen, geïnterpreteerd, aangehaald of voorgesteld werden door hun pupillen en opvolgers die daarenboven – ook alweer - belangrijke onderdelen van hun betoog gewoon weglieten. Iets dat resulteerde in echte karikaturen van wie ze écht waren, van wat ze écht bedoelden.

Smith, bijvoorbeeld, poneerde duidelijk dat bij de mens niet enkel het eigenbelang speelde maar ook de bezorgdheid om anderen en dat de mens in feite een complex moreel wezen was, wiens gedrag niet zo eenvoudig kon worden voorspeld.  John Stuart Mill noemt ze de eerste economische karikaturist die de mens herleidt tot een vereenvoudigd en voorspelbaar personage dat enkel kapitaal wil bezitten, dat een grote afkeer heeft tegen werken, dat bezeten is door hang naar luxe. De mens is enkel “een op dollars jagend dier” dat onverzadigbare behoeftes heeft ,een stripfiguur die een toneelstuk zal mogen opvoeren; een idee waarvan het scenario zal geschreven, onderschreven en verder ontwikkeld door Jevons en Milton Friedman, F. Hayek, de Mont Pèlerin Society, de Chicago School en anderen voor wie de burger louter consument wordt.

Ik ben blij te zien dat ze in dit rijtje ook iemand zet waarvan het belang en de invloed dikwijls over het hoofd gezien wordt (want hij was geen econoom en de economie was ondertussen tot “exacte wetenschap” verheven…) Edward Bernays, de neef van Sigmund Freud, die diens theorieën handig had leren gebruiken als propagandamiddel om de publieke opinie zό te sturen dat ze dingen gingen kopen die ze eigenlijk niet nodig hadden (cfr. “noden creëren”) of die zelfs schàdelijk waren. Iemand die er bijvoorbeeld in dienst van de “American Tobacco Corporation” in slaagde ook de vrouwen ervan te overtuigen dat roken chic was en goed voor de gezondheid. Een propagandamiddel dat hij daarna verder zou verfijnen en dat zou gebruikt worden om het denken van de burgers voor allerlei doelen om te buigen - ook bij verkiezingen, in de politiek, tijdens de oorlog.

Zeer moeilijk daarbij is dat die neoliberale manier waarop wij de economie nu (nog) bekijken en beleven  zo erg sterk in ons denken doorgedrongen is, dat we het moeilijk hebben buiten het kader van dit ondertussen oude, verkeerde, kortzichtige mentale model te denken - laat staan dit weer af te schudden. “Natuurlijk moet de economie blijven groeien, iedereen weet dat toch“, en dat is het recept voor alle economische malaises en ziektes. Natuurlijk is de markt ongelooflijk efficiënt in het coördineren van het gedrag van kopers en verkopers - en indien toch nodig zal ze wel bijgestuurd worden door die magische onzichtbare hand die alles weer in goede banen leidt. Het bedrijfsleven is de enige belangrijke innovatieve motor, de handel zorgt voor een win-win situatie bij uitstek, de staat is bemoeial, incompetent en belet de goede werking van de markten, want ze belet jouw individuele vrijheid en komt aan jouw geld zitten in de vorm van beLASTing. Over het huishouden wordt niet gesproken – laat staan dat men er de financiële waarde zou van gaan bepalen - en die is toch voor de vrouwen. Het gemeenschapsbezit (de “commons”) is iets van vroeger en hopeloos voorbijgestreefd, onefficiënt en een gevaar voor privé-eigendom. De maatschappij bestaat niet. Dat weten we duidelijk sinds Thatcher. De aarde ? Die is onuitputtelijk. Macht? Die is irrelevant, ook de macht van de staat en de vakbonden, want die zijn enkel een last.

Ze speelt ook resoluut in op het “beeld” dat als visuele oven even belangrijk is als woorden. Dat beseften de neoliberale economisten wel degelijk, en een handvol van hun ‘diagrammen’ zijn zozeer deel van ons (neoliberaal) economisch denken geworden en zijn zό sterk dat we bijna niet zonder kunnen denken, alhoewel ze verouderd en verkeerd zijn. We moeten dus nieuwe diagrammen uitvinden, een nieuw groot beeld scheppen. De “Nieuw Economische Story” heeft beelden nodig. Vandaar ook een resem beelden, foto’s, “portretten”, diagrammen, graphics, (een Kuznetscurve, terugkoppelingslussen, weergaven van aanbod en vraag, de waarden circumplex van Schwartz, de ingebedde economie, kringloopdiagram en de donut, natuurlijk!).

Ontgoochelend na al dat ‘gebeeldenstorm’, in analogie met de vele – gelukkig in aantal en duidelijkheid toenemende - boeken die te maken hebben met de falende kapitalistische economie, is het nog steeds ontbreken van “sterke” voorstellen, van duidelijke stellingen, van een “meteen uitvoerbare strategie waar iedereen zich enthousiast kan achter scharen”.

Kate Raworth verwittigt herhaaldelijk en nadrukkelijk: ”Ik teken 7 stappen uit die zullen gezet worden “naar een economie voor de 21ste eeuw” zoals de ondertitel van het boek het stelt”. Na het lezen van het boek is het ook duidelijk waarόm dat zo is. De aan de gang zijnde beweging van kritiek, van denken, protesteren, kleinschalig “anders” werken, experimenteren, (en waarvan de schrijfster een hartverwarmende hoeveelheid voorbeelden geeft) gist, groeit, neemt toe. Maar we zijn nog een hele stap verwijderd van wat het belangrijkste is: ons denken radicaal omplooien van twintigste-eeuws naar een eenentwintigste-eeuws economisch denken. Het neoliberaal denken is bij velen nog altijd een reflex, zeker bij economisten die tijdens hun studies nog altijd het “oude” model voorgeschoteld krijgen en bij politiekers die niet buiten het klassieke beeld durven of kunnen denken - laat staan handelen. Denk maar eens aan een ingebedde economie in plaats van aan een op zichzelf staande markt; aan sociaal zich aanpassende mensen in plaats van aan het alles belangrijke individu dat streeft naar eigenbelang; aan een dynamisch complexe economie in plaats van een die mechanisch in evenwicht blijft; een economie die herverdeelt in plaats van vooruitsnelt naar groei en nog eens groei; een economie die ingebed is in een maatschappij die gestoeld is op vrede en gerechtigheid, inkomen en werk voor iedereen, sociale gelijkheid, politieke inspraak, hernieuwbare energie, en waar water, voedsel, gezondheid, onderwijs, huishouden, seksegelijkheid, ecologisch denken, enz. een werkelijk en wezenlijk deel uitmaken van de economie in plaats van enkel een op zichzelf staande markt waarin de mens alleen bestaat als consument.

Opvallend voor een “ouder” iemand zoals ik, is dat Kate Raworth eigenlijk gewoon de bestaande waarden, het morele aanvoelen van vόόr het neoliberalisme herontdekt. Hoe hebben we ons toch zo laten overdonderen door het idee dat egoïsme goed was en de motor voor de toekomst?

Een prachtig boek dat doet nadenken, dat een beeld van een toekomst schept waarin weer menselijke en sociale waarden voluit kunnen bestaan en de essentie uitmaken van een humanistisch leven.;

 

V De Raeymaeker