De dikke alg. Hoe algen de wereld gaan redden.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Peter Mooij
Uitgeverij: 
Lebowski Publishers, Amsterdam 2017
ISBN: 
978 90 488 2971 2

Bij de eerste oogopslag dacht ik dat ‘De dikke Alg’ een soort ‘Biologie voor Dummies’ zou zijn. Toen ik het boek echter aandachtig begon te lezen, vond ik dat de Nederlandse bioloog Peter Mooij een bijzonder schrandere uiteenzetting deed van de evolutietheorie. Het is vooral een vrij heldere en soms grappige benadering van de theorie, waarover in Turkije wordt gezegd dat ze te moeilijk is en daarom moet worden geschrapt uit de leerboeken van het onderwijs.

Peter Mooij is van oordeel dat vette algen uiteindelijk de wereld zullen redden. Alleen moet deze wereld ervan worden overtuigd dat fossiele brandstoffen een einde kennen als de voorraad is uitgeput, en dat algen een eeuwigheid kunnen meegaan. Om de theorie te testen in de praktijk, sloeg Mooij de handen in elkaar met avonturier en verwoede knutselaar Ritsert Mans, die al even gedreven is om de natuur te beschermen. Hij bouwt een houten motorfiets en ze laten die rijden op algenolie, die perfect diesel kan vervangen.
Het grote voordeel van deze biobrandstof is het feit dat algen in zeewater worden gekweekt en er dus geen kostbare landbouwgrond verloren moet gaan. Dat is wèl het geval als bio-olie moet worden gewonnen uit olijven, palmbomen of andere oliehoudende gewassen.

Om alle voordelen zorgvuldig uit de doeken te doen, geeft Mooij ons een aardig lesje in de evolutietheorie van Darwin, vanaf de eerste eencelligen die ontstonden in de ‘oersoep’ van oceanen vier miljard jaar geleden, over de algen die als eersten gebruik maakten van fotosynthese (waarbij zonlicht wordt omgezet in energie) en die tenslotte uit de zee kropen en begonnen aan de opbouw van landplanten: grassen, struiken, bomen... Al die landplanten maken gebruik van fotosynthese, een proces waarbij zonne-energie wordt gebruikt om koolstofdioxide om te zetten in koolhydraten, zoals glucose. Overdag geven die planten dan zuurstof af aan de atmosfeer. Dank zij dit ‘vernuftig’ evolutionair systeem konden zich op aarde dieren ontwikkelen die gebruik maakten van zuurstof om te leven.

Mooij noemt fotosynthese het kroonjuweel van de evolutie. Het is een schoolvoorbeeld van hoe wetenschap werkt om erachter te komen wat in de natuur gebeurt. Rond 1600 dacht men nog zoals de oude Grieken: planten eten grond op om te groeien. In de 16de eeuw was de Vlaamse wetenschapper Jan Baptist van Helmont daar niet van overtuigd. Hij plaatste een hoeveelheid aarde in de oven en droogde die, waarbij hij 91 kilo over had. In die aarde plantte hij een wilgenboom die hij ook precies woog. Hij zorgde ervoor dat er niets meer aan deze aarde werd toegevoegd en gaf de plant alleen water. Na vijf jaar groei woog hij weer alles en stelde vast dat de aarde na droging nog 90,45 kilo woog en dat de wilgenboom 74,5 kilo zwaarder was dan bij aanvang. De geduldige wetenschapper dacht dus dat alleen het water zorgde voor het toenemend gewicht. Fout dus.
In de 18de eeuw rapporteert de Nederlander Jan Ingenhousz dat planten de lucht ‘herstellen’ in het zonlicht en ‘beschadigen’ ’s nachts. In 1782 concludeert de Zwitserse pastoor Jean Senebier na enkele experimenten met gedistilleerd water, dat planten CO2 opnemen uit de lucht en zuurstofrijke lucht teruggeven. Daarmee geeft hij de wetenschappelijke wereld een vrij duidelijk beeld van hoe fotosynthese werkt.

Dat Peter Mooij zo lang stil staat bij fotosynthese valt te verklaren uit zijn belangstelling voor algen, want daar gaat het hem om. Algen zijn de ‘uitvinders’ van fotosynthese en ze zorgen voor een stortvloed aan verandering op de aarde. Zonder de algen waren wij allen nog steeds in de oceanen ronddobberende eencelligen.

Tussendoor geeft Mooij ons nog het leuke verhaal van zijn vriend Ritsert Mans, die op vernuftige manier een houten motorfiets in elkaar knutselt en op een Nederlands strand het bewijs levert dat algenolie werkt als brandstof (om een snelheid te halen van ongeveer 80 km/u). Dit rijtuig toont aan dat algen de wereld kunnen redden! Men moet er alleen van uitgaan dat fossiele brandstoffen al miljoenen jaren hun CO2 vasthouden, maar dat ze die schadelijke CO2 bij verbranding opnieuw losmaken en in de atmosfeer brengen. Mooij legt uit dat algen bij verbranding geen nieuwe CO2 in de atmosfeer brengen, maar alleen deze die ze zelf hebben opgeslagen. Hetzelfde geldt voor élke verbranding van planten, maar niet voor fossiele brandstoffen.

‘De hoeveelheid CO2 in de atmosfeer neemt af als een boom groeit, en neemt precies evenveel toe zodra we die boom in de kachel opstoken. Dit principe geldt voor alle producten van recente fotosynthese: bladeren, kastanjes, hooibalen…” schrijft Mooij. De hoeveelheid CO2 is dramatisch toegenomen sinds het gebruik van aardolie en gas. Van zowat 800.000 jaar geleden tot het jaar 2000 bleef de CO2-concentratie in de atmosfeer stabiel met tussen 175 en 300 ppm (parts per million), maar vandaag is de concentratie gestegen tot 400 ppm. Die verbranding van al dat hout in de voorbije eeuwen (om te stoken of te koken) had niets veranderd aan de atmosfeer. Maar onze generatie alleen al, slaagde daar wèl in.

Het boek van Peter Mooij kan een naslagwerk worden voor allen die interesse hebben voor hun eigen leefwereld en voor de evolutietheorie, en is zeer nuttig voor studenten die het soms moeilijk hebben om een inzicht te krijgen in het darwinisme. Handige Harry’s zullen dan weer genoegen beleven aan de stukken over de opbouw van de houten motorfiets op algenolie.

Eén zinnetje van Mooij wil ik nog citeren omdat het zo mooi het darwinisme omschrijft: ‘Evolutie is geen proces dat naar de theoretisch beste oplossing streeft, maar een proces dat tevreden is met een werkzame oplossing.’
Evolutie streeft niet, want alles ontstaat door toeval.

 

 

Guido Kindt