250 jaar over misdaden en straffen. Cesare Beccaria.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Dirk Verhofstadt
Uitgeverij: 
Houtekiet Antwerpen/ Amsterdam, 2014
ISBN: 
9789O89243140

Dirk Verhofstadt heeft er met een zekere vooruitblik voor gezorgd dat de titel van zijn boek ‘250 jaar over misdaden en straffen’ zeer duidelijk in het wit op het boekomslag te lezen staat en in een minder opvallend blauw ‘Cesare Beccaria’... Verstandig, want wie ging er nu een boek kopen gewijd aan een totaal onbekend iemand die tweeënhalve eeuw geleden ergens in Italië een eerder teruggetrokken leven leidde? Vandaar de grote verrassing als je met Beccaria kennis maakt...

Hij werd geboren in 1738, zoon van ouders die stamden uit adellijke familie, met een zeer ontwikkelde vader met enorme bibliotheek, waarin zelfs boeken van “verboden” schrijvers voorkwamen (met speciale toelating van de Kerk). Cesare kon dus al zeer jong kennis maken met De Groot, Montesquieu, Rousseau, Voltaire, Diderot en Hume. Hij loopt school bij de Jezuïeten, waar hij natuurlijk rebelleert tegen de daar heersende autoritaire leermethode en dogmatrisme. Samen met andere intellectuelen richt hij een tijdschrift op (‘Il Caffé’) met artikels over liberale, progressieve en verlichte hervormingsideeën, aspecten van de wetenschap en technologie.

In 1764 (op 26-jarige leeftijd) schrijft hij een tractaat, ‘Dei Delitti e delle pene’ zonder zijn naam te vermelden, want hij is bang voor de reactie van de almachtige Kerk. De Vaticaanse Inquisitie verbiedt het boek twee maand na publicatie wegens materialisme en ketterij, en zet het op de index in 1766. Het is een boekje van amper 104 pagina’s dat hem meteen bekend maakt over heel Europa waar het geestdriftig onthaald, gelezen en becommentarieerd wordt in de salons en andere radicale intellectuele kringen. (Rousseau, Helvetius, A. Smith, David Hume, J Priestley.....) Behalve een korte reis naar Frankrijk om op uitnodiging zijn Verliche collega’s een bezoek te brengen (hij had meteen een grote invloed op de “intellectuelen” van zijn tijd, de Salons, revolutionaire bewegingen en personen en op Verlichte Heersers zoals Frederik Van Pruisen, Maria Theresia, Jozef II, enz.) houdt Beccaria zich voor de rest van zijn leven eerder gedeist, gedeeltelijk uit gegrond wantrouwen tegenover de mogelijke represailles van de Kerk, maar ook wegens gebrek aan durf en gedeeltelijk omdat hij gewoon een eerder verlegen en huiselijk iemand was, met weinig ambitie, die liefst conflicten wilde vermijden... In 1769 wordt hij aaangesteld als docent publieke economie aan de hogeschoolvan Milaan.    De “cursus” die hij daar gaf werd pas in 1804 posthuum gepubliceerd door Adam Smith. Daaruit zal blijken dat hij een “avant la lettre” voorstander was van een vrijemarkteconomie, maar dan zonder een totaal “laissez faire”-principe, tegen absoluut eigendomsrecht, reëducatie van gevangenen en het belang van een goede opvoeding om criminaliteit te voorkomen. onderwijs voor arme boeren, enz...(en het invoeren van het decimaal stelsel voor de hele wereld).

Dirk Verhofstadt somt enkele principes op die Beccaria in zijn tractaat als essentieel beschreef voor een rechtvaardige rechtspraak binnen het grote denkbeeld van een ideaal van “maximaal geluk voor een maximaal aantal mensen”. Hij licht ze toe en stelt ze in juxtapositie met onze tijd.
Deze zijn: Het legaliteitsbeginsel: “Geen straf mag worden uitgesproken zonder dat daarvoor een wet bestaat.” Het gelijkheidsprincipe: Alle mensen zijn gelijk voor de wet. Het proportionaliteitsprincipe: straffen moeten in verhouding staan tot de begane overtreding. Het subsidiariteitsprincipe: beter een minimale straf dan helemaal geen of een draconisch zware.
Het abolisionistisch principe: Geen foltering of doodstraf. Het rationaliteitsprincipe: straffen mogen niet worden uitgesproken op basis van irrationele beschuldigingen (ketterij, hekserij...).
Het personaliteitsprincipe: alleen de misdadiger en geen onschuldige derden mogen gestraft worden. Het laïciseringsprincipe: er bestaat een specifiek menselijk recht anders dan goddelijk recht en natuurrecht. Het publiciteitsprincipe: processen moeten openbaar gevoerd worden, zonder geheime procedure en anonieme beschuldigingen.

Het is gewoon verrassend hoe actueel  Beccaria inhoudelijk nog altijd is, en hoe sommige principes die hij toen vooropstelde nog altijd in bepaalde landen niet toegepast worden of waarrond nog polemiek gevoerd wordt. Denk folteringen, mensonwaardige gevangenissen, heldere wetten, het wraak-principe, de afschaffing van de doodstraf, godslastering, zelfdoding, homoseksualiteit, geldingsprincipe “oog om oog...”, anonieme beschuldigingen, gruwelijke straffen. Kijk bijvoorbeeld naar “de terreuraanslagen van 9/11, de misstanden in Guantanamo Bay en Abu Graib, de onmenselijke rechtssystemen in streng Islamitische landen, de gruweldaden in Syrië en Irak, de aanslagen tegen homoseksuelen, de toepassing van de doodstraf in tal van landen waaronder de V.S., de willekeur in Rusland, China, Noord-Korea en elders, de inconsequenties in de toepassing van de humane rechstprincipes in onze eigen contreien...”

Het tweede deel van het boek (142 bladzijden) bestaat uit een moderne vertaling van ‘Dei Delitti e delle pene’. Het leest als een hedendaags geschrift. Zozeer zelfs dat je je afvraagt hoe het zou overgekomen zijn zonder Verhofstadts introductie... Natuurlijk heeft het een stijl die de tekens des tijds draagt, maar het boek is actueel qua redeneringswijze en wordt gekenmerkt door een buitengewoon scherp wetenschappelijk denkpatroon - bewonderenswaardig als je bedenkt dat dit 250 jaar geleden geschreven werd door een 26-jarige.
Hiermee vraag je je natuurlijk ook af of er nog méér van deze “vergeten” figuren in onze ‘kennisbank’ rondzwerven, maar die niet in “onze” geschiedenis voorkomen, wat natuurlijk de kwestie aankaart hoe toevallig onze Geschiedschrijving toch wel is....

V De Raeymaeker