Studeren is voor strevers

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Didactisch materiaal en educatieve uitgavenDidactisch materiaal en educatieve uitgaven
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Ann Verlinden
Uitgeverij: 
Manteau, 2017
ISBN: 
978 90 223 3455 3

Dit boek is het verslag over een zoektocht naar de ideale school.

 Ann Verlinden was op de lagere en de middelbare school zeker geen schitterende studente.  Pas in het vijfde middelbaar kreeg ze de smaak van het studeren te pakken.  Dankzij de lerares Nederlands ontdekte zij de liefde voor literatuur en besliste ze om Germaanse taal- en letterkunde te studeren.  Ze promoveerde tot journalist en werd docent aan een hogeschool.

In ‘Studeren is voor strevers’ maakt ze een reis langs middelbare scholen van zeer uiteenlopende strekking, vertrekkende in de Westhoek, over Antwerpen tot in Heusden-Zolder.  Ze laat strijdbare en competente directeurs aan het woord die zo de hoofdrolspelers van dit boek worden.

Verlinden heeft zelf het belang van een goede school ondervonden, maar stelt vast dat die er nu eenmaal niet voor iedereen is.  Ons onderwijssysteem behoort tot de beste van de wereld, maar het faalt compleet voor jongeren uit kwetsbare en/of allochtone en/of laagopgeleide gezinnen.  Zo gaat veel talent verloren en hierom is het de auteur te doen.  In ons systeem sorteren we kinderen voortdurend.  Daardoor ontstaat een competitie die heel wat leerlingen niet aankunnen.  Dit hoeft niet steeds een gebrek aan intelligentie te zijn, niet elk kind heeft dezelfde rijpheidscurve.  Zo komt ze tot de volgende vragen: ‘Wat loopt er fout?  Waarom is zittenblijven en afzakken zo inherent aan ons onderwijssysteem, met haar beruchte waterval?  Hoe kunnen we meer jongeren aan boord krijgen en houden?  Hoe zorgt ons onderwijs ervoor dat jongeren met meer zelfvertrouwen de schoolbanken verlaten?’

Elk van de directeurs die aan het woord komen laten in hun instelling zien hoe zij de problemen aanpakken en trachten op te lossen.  Dikwijls is hun conclusie hard, zoals: ‘Ons systeem is georganiseerde verveling.  Het is gemaakt door en voor een maatschappij die niet meer bestaat.’ Of: ‘We zitten met de erfenis van een generatie die de universiteit het hoogste goed vindt.’  Als er iets is dat ons onderwijs mist, is het ervoor zorgen dat jongeren in contact komen met zichzelf.  Terwijl zichzelf leren kennen, hun talenten ontdekken en daarop aangesproken worden, eigenlijk het doel moet zijn.  De aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling ontbreekt dus in ons onderwijs.

Dit werk is als een schop tegen de schenen van ons onderwijssysteem.  Het vertrekt vanuit de praktijk, met mensen – leerkrachten en directeurs – die er midden in staan.  Verlinden benadrukt dat we afstand moeten nemen van het verleden, dromen van de school van vroeger helpt ons niet verder.  Zij laat ook zien dat er een enorme diversiteit in het aanbod is, zowel van leerlingen als van scholen.  De ingesteldheid van de verschillende scholen is bij momenten tegenstrijdig: er zijn nog steeds elitescholen die zweren bij hun afdeling Grieks-Latijn; daartegenover staan de concentratiescholen met nauwelijks Nederlandstalige inwijkelingen.  Ook de instroom van leerlingen is onvoorspelbaar.  Er zijn er die zich vervelen op school en de uren aftellen. Dit ligt niet altijd aan het feit dat deze leerlingen niet begaafd zouden zijn, maar wél aan het gegeven dat ze niet in een voor hen gepaste afdeling zitten.  Anderen willen dan juist wél heel erg iets bereiken, maar zitten niet steeds in een goede studierichting, namelijk een waarin hun talent het beste tot zijn recht komt.

Een bedenking die ik na het lezen van dit boek toch nog wil toevoegen, is dat er veel over de hoofden van ‘de school’ heen wordt beslist.  Geef de directeuren meer vrijheid hun school aan te passen aan de reële leefsituatie van hun publiek.  Het zou daarom goed zijn dat beleidsmensen uit het onderwijsveld zélf komen (te beginnen met de minister).  Verder zou ook de gehele onderwijsadministratie zijn wortels in dat onderwijs moeten hebben.  Dit is te verwezenlijken door hun taak te splitsen – half voor de klas staan, half instaan voor het beleid.  Karin Heremans is daarvan in het boek een sprekend voorbeeld: zij is directrice van een atheneum en deeltijds gedetacheerd om voor het Gemeenschapsonderwijs scholen te helpen in hun preventiebeleid tegen radicalisering.  Verder zou je de beleidsmensen een opdracht “ten velde”, beperkt in tijd, kunnen geven - zodat ze zich ervan bewust zijn dat ze na die periode zullen terugkeren naar de praktijk in de school.

‘Studeren is voor strevers’ is een ware zoektocht naar de ideale school en in zoverre geslaagd dat het tot reflectie aanzet.  Hopelijk doet ‘men’ ook iets met wat in dit werk toch wel in voldoende mate belicht wordt.  Er is immers op dit ogenblik een te grote kloof tussen de pedagogen in Brussel en de werkvloer op school, het gaat te veel over procedures en te weinig over inhoud.  Zo is het opnieuw een gemiste kans dat het onderwijspersoneel in 2018 de zoveelste hervorming moeten implementeren zonder dat hen een toekomstperspectief wordt geboden.

Heremans vat dit mooi samen met: ‘We moeten jongeren opnieuw laten dromen en hen helpen die droom vorm te geven.’

 

Paul Van Aelst