Erfgenamen van de aarde. Een optimistische kijk op de natuur in het tijdperk van de mens.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Didactisch materiaal en educatieve uitgavenDidactisch materiaal en educatieve uitgaven
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Chris D. Thomas
Uitgeverij: 
Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2018
ISBN: 
978 90 468 2330 9

Chris D. Thomas is duidelijk geen droge wetenschapper die enkel feiten, getallen en verbanden aan elkaar knoopt, want hij beschrijft met quasi literaire flair landschappen, dieren? planten en het hele ecologische landschap uit verleden en heden. Uit de Proloog 'Winst en verlies': “… zie ik een wereld, met verdwaalde rode stippen van klaprozen die wuiven in de wind. Er schrijden koperkleurige fazanten in het rond, op zoek naar gevallen zaden, grauwe aardmuizen scharrelen tussen de graspollen en bladluizen buitelen met hun schutkleuren over elkaar heen om …” enz.  Waar hij naar kijkt, is de Vale of York , één van de gebieden in Engeland met de meest intensieve landbouw en die nu eigenlijk  – door ecologische bril bekeken - een regelrechte ramp is met “grote condens wolken boven het landschap die uit de koeltorens van elektriciteitscentrales opstijgen.”

Hij doet dat niet zomaar, natuurlijk, want een dergelijke beschrijving contrasteert hij vervolgens met hoe diezelfde plek er nog niet zo lang geleden (“21.000 jaar lijkt heel lang geleden, maar in het kader van de geschiedenis van leven op aarde, is dat zelfs niet eens gisteren”) uitzag : ..”waar ooit bruine beren hun weg zochten door de oerbossen en wild vee door de poelen van veenachtig moerasland ploeterde.” Want alhoewel dat contrast enorm is, volgens onze kijk op de huidige woeste klimaatverandering en de dreiging van de aankomende ecologische wereldramp, is het resultaat niet totaal negatief. Dit niettegenstaande het zich voordoet in het tijdperk dat nu “antropoceen” genoemd wordt, het tijdperk van de mens, waarin een derde van de vegetatie op aarde verdwenen is, grote chemische cycli van de aarde tot voorbij de grenzen gevoerd zijn, oceanen verzuurd werden, het klimaat van de aarde onomkeerbaar veranderd wordt, 13% van de vogels, 26%van de zoogdieren, 31% van de cactussen,33% van de rif vormende koralen en 42 % van de amfibieën met uitsterven bedreigd zijn …            

Dat is het eigenlijke thema van het boek: we mogen ons niet blindstaren op die daadwerkelijke zesde massavernietiging die aan de gang is, want het resultaat is niet totaal negatief.

Eerst en vooral moeten we minder fanatiek zijn over het inheems houden van het milieu. Mensen zijn bang van verandering, willen dingen houden zoals ze zijn. Bepaalde soorten horen hier thuis en andere moeten we weren want die horen elders. Terwijl dat dikwijls niét het geval is. Dieren en planten hebben al altijd gereisd. Eerst en vooral mee met de veranderende temperaturen van hun leefmilieu. Maar ook zomaar. Zo stamt het “Engelse” lieveheerbeestje uit Azië. Er zijn een groot aantal planten en dieren die weerstand bieden en zelfs profiteren van wat de mens teweegbrengt.

De schrijver wil ons die winstkant tonen en reist met ons de wereld rond om ernaar te kijken. Die reis en het rijke biologisch leven waarmee hij ons laat kennismaken, zijn het fruit op de taart van dit boek. Maar eigenlijk is zijn boodschap nog iets anders. De mens heeft de soorten veranderd, de omgeving soms onherkenbaar gewijzigd, maar de biologische basisprincipes zijn dezelfde gebleven. De natuur kan tegen een stootje: zo zie je bijvoorbeeld hoe mollen de woeste ecologische aanvallen van de mens overleefden. Zo heeft de mens massaal bomen geveld en bossen veranderd in weiden en velden. Daardoor zijn die bossen en het leven dat zich daar in afspeelde inderdaad verdwenen. Maar in de plaats is totale diversiteit in dat open landschap wel toegenomen en zijn er nu meerder soorten leefgebied waar er vroeger slechts het ene was. De mens heeft ook andere soorten geïntroduceerd in andere delen van de wereld zonder dat daarom de inheemse soorten uitgestorven zijn. In Engeland, bijvoorbeeld, is de diversiteit nu veel groter. Dat is natuurlijk niet altijd het geval. Als je, bijvoorbeeld, bepaalde roofdiersoorten (ratten, katten, mensen) gaat introduceren op eilanden in de Stille Oceaan waarmee de inheemse soorten nog nooit in contact gekomen zijn, dan weten die niet wat daarmee aanvangen en worden brutaal uitgeroeid…. Maar in het algemeen profiteert de wereld van immigranten en emigranten, want die doen die de biologische diversiteit toenemen. Insecten volgen de planten waarmee ze zich voeden. Planten passen zich aan en “hibridiseren” in nieuwe soorten. Soorten veranderen als de mogelijkheden anders worden die ze kunnen uitbuiten. Nog eens: wat we zien, is het verschijnen van een nieuwe diversiteit die voortkomt uit de menselijke activiteit. Het hele plant- en dierenleven dat je nu waarneemt op dezelfde plek als die fameuze 21.000 jaar geleden gedurende het laatste ijstijdperk, is nu nagenoeg geheel anders, de hele vegetatie is nieuw…

Natuurlijk moeten we blijven proberen bepaalde soorten tegen uitroeiing te beschermen. Enkel: ook hier hebben we de neiging ons voor de meest spectaculaire gevallen in te zetten, terwijl er duizenden zeer zeldzame planten en insecten zomaar zullen verdwijnen en bijna niemand dat zal opmerken. We moeten ons voorts ook niet enkel bezig zijn met de dingen precies te behouden zoals ze altijd (?) waren , want er is al altijd verandering geweest, maar we moeten ons tevens toeleggen op hoe we kunnen leven met die verandering.

De auteur spreekt zich niet uit of bepaalde processen nu goed of slecht zijn, maar hij observeert. Zo ziet hij zelfs temidden van de huidige massale ecologische verwoesting, het begin “van de scheuten van herstel”. Toch wel sterk om te kunnen vaststellen dat ongeveer twee derde van de dieren nu leven op plekken waar ze niet zouden overleefd hebben 50 jaar geleden.

 

Dit is een boek dat je moét gelezen hebben, niet zozeer omdat het een frisse noot van optimisme laat horen in de “met pessimisme geladen, enkel verlies” huidig ecologisch concert, maar vooral – en Chris D. Thomas benadrukt herhaaldelijk dat dat niét zijn bedoeling is-  omdat je nu al zeker weet dat veel van wat je in dit boek leert, gretig zal gebruikt worden door diegenen die een rechtvaardiging zoeken voor het verder vernietigen van onze planeet.

 

V De Raeymaeker.